Home Markten Live Netto Sabato

Wijnklassementen

Geplaatst op 30 oktober 2018 door Wijntijd Reacties | Reageren

Classificatiekoorts bij de Crus Bourgeois

Blijkbaar heerst er in en rond bordeaux de laatste weken een klassementskoorts, want er wordt weer een aardig robbertje gebakkeleid rond de nieuwe classificatie van de Crus Bourgeois uit Médoc. Een oud zeer, want telkens men deze hitparade wil aanpassen of zelfs lichtjes wijzigen, regent het rechtszaken, burenruzies en scheldtirades in de media die meer kwaad dan goed doen voor het imago.

Dat de nervositeit stijgt, is duidelijk: uiterlijk tegen 2020 willen sommigen de nieuwe pikorde van de Crus Bourgeois operationeel hebben.

Maar wat ooit commercieel een toegevoegde waarde had – een cru bourgeois kan altijd een handvol euro’s extra vragen voor een wijn dan zijn (even goede, soms betere) buur die deze status niet verkreeg – wordt stilaan een juridische jungle waarbij iedereen lijkt te verliezen. En de eindconsument snapt er geen iota meer van.

Eventjes resumeren. Crus Bourgeois zijn er in drie categorieën, met naast de ‘gewone’ Crus Bourgeois ook Crus Bourgeois Supérieurs en Crus Bourgeois Exceptionels. Een rangorde die in 2007 eventjes werd afgeschaft, maar daarna weer werd opgevist. In een poging om de statustoewijzing ‘transparant’ te maken en vooral eerlijker, speelt in theorie niet alleen de gebottelde wijnkwaliteit via blinddegustaties een hoofdrol – met 5 oogsten tussen 2008 en 2016 als referentie –, maar ook factoren als het productievolume. Wie de ‘professionelen' zijn die deze oogsten jureren en hoe ongebonden ze blijken, blijft trouwens een open vraag.

In plaats van gewoon komaf te maken met het verleden en nog één categorie te behouden, namelijk Cru Bourgeois zonder tierlantijntjes, blijft men dus geloven in een hiërarchie. Zo kunnen cuvées promoveren tot de Supèrieur- of Exceptionel-status als ze aan specifieke extra criteria beantwoorden. Wordt er bijvoorbeeld milieuvriendelijk genoeg gewerkt op het domein? Hoe ziet het technisch management van het wijngoed er uit? Of: hoe professioneel is de promotie, sales & marketing georganiseerd?

Criteria die toch de deur voor willekeur openen, want is per slot van rekening de kwaliteit van wat wij straks in ons glas ontdekken niet vele malen belangrijker dan de vraag of men op professionele wijze bezoekers op het domein kan ontvangen? Of dat de wijngaard ja dan neen met gerecycleerd water wordt geïrrigeerd? Ik denk dat die laatste factoren weinig of geen invloed zullen hebben op de uiteindelijke koopbeslissing van de consument.

Want in een poging om ‘heiliger dan de paus’ te zijn en de talrijke mislukkingen met eerdere klassementen in gedachte, blijft het kernprobleem dat de consument nog altijd niets begrijpt van de verschillen tussen de drie soorten Crus Bourgeois.

Tenzij dat samen met de hogere status ook het prijskaartje klimt...

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 24 oktober 2018 door Wijntijd Reacties | Reageren

Schijnheiligheid in Saint-Emilion?

SaintEmilionEn daar gaan we weer. In Saint-Emilion laait het conflict weer op rond de controversiële Grand Cru-classificatie. Deze werd in 2012 doorgedrukt, maar wordt nog steeds niet door alle domeinen aanvaard. Want klassementen zijn in Bordeaux letterlijk geld waard: een geklasseerde grand cru kan immers tot het dubbele vragen van een niet-gerangschikt domein

Deze keer werd echter een formeel onderzoek van overheidswege opgestart omdat twee grote namen verdacht worden van manipulatie van dit 2012-klassement. De bevoegde magistrate richt haar pijlen op twee kleppers: Hubert de Boüard, co-eigenaar van Château Angélus en een bekende wijnconsultant enerzijds, en Philippe Castéja, eigenaar van Château Trotte Vieille en een belangrijke négociant anderzijds.

Viva de cumul!

Onderzocht wordt of deze belangrijke spelers in hun voordeel manipuleerden, door als betrokken partij een hoofdrol te spelen in het classificatieproces, want betrokken bij elk stadium van de procedure. Zo was de Boüard ‘koning cumul’: gedurende het classificatieproces dat van 2007 tot 2012 aansleepte, zetelde hij niet alleen in het nationale comité van het INAO (de officiële waakhond van de Franse appellaties), maar was tegelijk ook administrateur van de Conseil des Vins de Saint-Émilion, voorzitter van de Saint-Émilion Premier Grands Crus-groep, lid van de CIVB en ondervoorzitter van de Union des Grands Crus de Bordeaux. En dan laten we nog een paar andere sleutelfuncties achterwege.

Zo kon hij als belangrijk jurylid domeinen, waarin hij rechtstreeks of onrechtstreeks belangen had, mee beoordelen. En uiteraard ook bevoordelen. Volgens critici hangt er met andere woorden een zeer kwalijk reukje aan deze dubbele rol. Niet alleen kreeg zijn ‘Château Angélus’ de hoogste status in het nieuwe klassement (Premier Grand Cru Classé A), maar Château Bellevue (waarvan de Boüard mede-eigenaar én supervisor was), Château Pressac en Château Ferrand, (waar hij als consultant aan de slag was), kregen alledrie promotie. Ook de andere domeinen die hij adviseerde, zoals Grand Corbin, La Commanderie, Clos des Jacobins of La Rose, behielden op zijn minst hun klassement. Een quasiperfect rapport kortom.

De drie musketiers

Dezelfde argwaan ook tegenover Philippe Casteja, die eveneens grossierde in sleutelposities, waaronder die van voorzitter van de raad die het 1855 Klassement van Bordeaux ‘bewaakt’, lid van het national comité van INAO, voorzitter van de bestuursraad van het wijnmakelaarshuis Borie-Manoux én eigenaar van diverse Bordelaise kastelen. Invloed genoeg dus, wat misschien meespeelde dat zijn Château Trotte Vieille de status van Premier Grand Cru Classé probleemloos wist te behouden.

In april 2013 startten daarom drie domeineneigenaars – die ofwel uit het nieuwe klassement waren geschrapt, ofwel degradeerden – een civiele zaak tegen de twee spilfiguren wegens belangenvermenging en systematisch bevoordelen van de ‘grotere’ châteaux.

Maar de juridische molen maalde bijzonder traag: 5 jaar en 3 onderzoeksmagistraten waren nodig om pas recent de beide ‘verdachten’ op de rooster te leggen. Benieuwd hoe deze nieuwe soap afloopt.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 30 september 2018 door Wijntijd Reacties | Reageren

Hoerastemming in Prosecco

ProseccoOok al is er recent lokaal een ‘ongeluk’ gebeurd met roestvrijstalen tanks Prosecco, waarbij hectoliters zijn weggevloeid, heerst er in de productieregio toch overwegend enthousiasme

Primo omdat de Prosecco DOC heel tevreden is met de kwantiteit én kwaliteit van de oogst 2018. Volgens het bevoegde consortium, dat ongeveer 10.000 producenten overkoepelt,  is deze oogst in nagenoeg perfecte condities verlopen. De voorzitter van het consortium, Stefano Zanette, verklaart dit succes als volgt: “In april en mei versnelden de bovengemiddelde temperaturen en de juiste hoeveelheid neerslag de vegetatieve ontwikkeling, zodat de bloesem reeds half mei verscheen. De afwezigheid van regen zorgde toen voor de perfecte afsluiting van deze fase, zodat ook de vorming van de kleine besjes in perfecte omstandigheden kon opstarten.” En de pluk verliep eveneens ideaal, want na een warme zomer volgde net op tijd een afkoelingsperiode “De beperkte regen en de lagere temperaturen waren exact wat we nodig hadden”  klinkt het.

De verwachtingen zijn in het algemeen dat de 24.450 hectare aanplant veel duiven opleveren met een mooi smaak- en aciditeitsprofiel.

Dat ook het volume ditmaal present is, geldt trouwens voor bijna geheel de Italiaanse wijnindustrie. De eerste schattingen spreken van een oogst 2018 die tussen de 10 à 20% hoger zal liggen dan vorig jaar, wat natuurlijk wel één van de dieptepunten was sedert de Tweede Wereldoorlog.

Roze toekomst?

Maar er is nog een tweede reden waarom Proseccoproducenten zich ‘happy’ voelen.

Met de oogst 2018 wordt nu eindelijk de langverwachte ‘Prosecco Rosato’ officieel een feit. Sterker nog, waarschijnlijk heffende wijnautoriteiten ook de ban op zodat deze roze bubbels rode en witte druiven uit de regio mogen blenden om de gewenste kleur en smaakprofiel te verkrijgen.

Tot nu toe kon Prosecco Rosato niet officieel zo gelabeld worden binnen de DOC-spelregels. Wie toch een rosé versie op de markt bracht, mocht immers tot nu toe nooit de term ‘Prosecco’ vermelden. Commercieel zal dit natuurlijk een slok op de borrel schelen of men een mousserende rosé uit deze regio moet labelen als ‘Italian Rosé’ of als ‘Prosecco Rosé of Rosato’.

Op dit moment worden de spelregels nog bepaald – bijvoorbeeld: zal alleen pinot noir als blauwe druif toegelaten worden in de mix, en niet bijvoorbeeld merlot of corvina? – en hoe hoog moet dan het percentage gleradruiven minimaal liggen (85% of meer?)?

Uiteraard zal deze rosé versie, als ze definitief wordt goedgekeurd, voorlopig maar een kleine niche vormen in het totaal van circa 550 miljoen geproduceerd flessen bubbels in deze regio, waarvan circa 440 miljoen flessen DOC Prosecco en 100 miljoen stuks onder DOCG-label.

Ook al omdat de rosato beperkt zal blijven tot deze DOC-zones en bijvoorbeeld voorlopig niet zal geïntroduceerd worden in de ‘betere’ DOCG-productiegebieden van Conegliano-Valdobbiadene of Asolo. Toch zijn er nu al analisten die voorspellen dat in een wereldmarkt waar rosé duidelijk in de lift zit, binnen enkele jaren de ‘Prosecco Rosato’ wel eens tot 20% van de totale productie kan inpalmen.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 11 september 2018 door Wijntijd Reacties | Reageren

De Druiventop Tien van Australië

Ook al liggen de flessen met een Australisch label steeds minder frequent in onze  rekken, onder andere door het feit dat de lokale wijnindustrie daar liever focust op de ‘nabije’ buurmarkten in Azië, blijven er ook in België nog veel fans van deze vaak vlezige, fruitgedreven karakterwijnen.

Maar welke druivenvariëteiten spelen er nog altijd een hoofdrol, of men nu op Europese of Aziatische (lees: vooral Chinese) consumenten mikt?

Geen twijfel mogelijk: de klassieke variëteiten maken Down Under het mooie weer. Er is echt sprake van een enorme druivenconcentratie, met Syrah, Cabernet Sauvignon en Chardonnay die bijna 60% van de totale aanplant bestrijken. Alleen de sterdruif Syrah is al goed voor 28% van het druivenareaal in geheel Australië.

Als we de onderstaande hitparade bekijken, valt toch wel op dat er stilaan enkele nieuwkomers in opmars zijn, zoals Pinot Gris.  

Top Tien Hitparade Meest Aangeplante Druiven in Australië

  1. Syrah, 40.000 ha
  2. Cabernet Sauvignon, 25.000 ha
  3. Chardonnay, 21.000 ha
  4. Merlot, 8.000 ha
  5. Sauvignon Blanc, 6.000 ha
  6. Pinot noir, 5.000 ha
  7. Sémillon, 5.000 ha
  8. Pinot Gris, 4.000 ha
  9. Riesling, 3.000 ha
  10. Muscat d’Alexandrie, 2.000 ha

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 28 augustus 2018 door Wijntijd Reacties | Reageren

Bourgogne baas bij de duurste wijnen

RomaneeContiJaarlijks stelt de Nieuw-Zeelandse site Wine-Searcher een hitparade op van de 50 duurste flessen.

En voor de zoveelste keer wordt dit klassement aangevoerd door La Romanée-Conti, met een gemiddelde verkoopprijs van 16.270 euro per fles. Een flinke stijging met maar liefst 25% tegenover de klassering van vorig jaar, waarmee nog eens geïllustreerd wordt dat de speculanten meer dan ooit jagen op ‘grote’ etiketten.

Het Domaine de La Romanée Conti slaagt er bovendien in 7 van haar 8 ‘cuvées’ in deze Top 50 te hijsen. Alleen het huis Leroy doet kwantitatief beter, met maar liefst 12 verschillende flessen in deze hitparade plus een tweede plek met haar Musigny Grand Cru. Fles die gemiddeld 11.970 euro kostte, een spectaculaire klim van 86%.

Het is dus duidelijk dat de duurste etiketten voorlopig gedomineerd worden door de Bourgognes, want maar liefst 2/3 van de 50 laureaten bezit een origine uit de Côte d’Or.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 4 augustus 2018 door Wijntijd Reacties | Reageren

Madame Soleil maakt weer dezelfde fout

DruivenZonParallel aan de hittegolf smelt blijkbaar bij veel ‘wijnkenners’ hun gezond oordeelsvermogen. De voorbije weken gonsde het immers in de media over de wonderoogst 2018 die de Belgische wijnbouw beleeft dankzij de zon die overuren maakt. Zelfs op televisie waar maar zelden over wijn wordt gerapporteerd tenzij er sprake is van schandalen, calamiteiten of veilingrecords. Reeds vanaf eind juni klinken de commentaren quasi-unaniem ongenuanceerd positief.

Natuurlijk zijn er objectieve elementen die deze hoerastemming bevestigen. Zo zorgt de overdosis zon – en het ontbreken van overdreven neerslag – er niet alleen voor dat er voorlopig weinig wijngaardziekten optreden, maar vooral dat de druiven veel en vlot suikers kunnen opbouwen, dus ook structureel bijzonder ‘gezond’ zijn. Deze suiker-opbouw, de ruggengraat voor o.a. het latere alcoholgehalte en textuur, is vooral ook interessant voor de rode wijnen die voorlopig nog vaak de kneusjes zijn in het Belgische wijnlandschap, op enkele uitzonderingen na. De kans dat de jaargang 2018 ook proportioneel betere en méér rode kwaliteitscru’s zal opleveren, is dus groot. Gezien de rijpheid van de trossen zal het ook om een heel vroege pluk gaan.

Te vroeg victorie?

Maar daar tegenover staat dat al deze positivo’s te vroeg victorie kraaien. We hebben nog enkele weken te gaan alvorens er massaal kan geoogst worden en dus zijn er nog steeds twee potentiële spelbrekers: de grillen van de natuur en de het talent van de wijnmakers.

De natuur is het meest onvoorspelbaar. Als het kwik immers nog weken rond de 30°C zweeft, kan er in sommige percelen ook waterstress optreden en zelfs schroeischade. Maar kwalijker lijkt me dat, zeker als de wijnbouwer de suikerrijke druiven te lang laat hangen, de zuurbalans in het fruit daalt, wat zelfs problemen kan veroorzaken bij de gisting. En uiteindelijk resulteert in plompe, alcoholrijke wijnen zonder enige finesse waarin immers de noodzakelijke fraîcheur ontbreekt.

Bovendien kan een veelbelovende oogst zelfs in 3 à 4 weken nog serieus gehypothekeerd worden. Volgen er immers na deze hittegolf dagen van zware onweders en overvloedige neerslag (zoals hagelbuien), zeker als de druiven optimaal rijp zijn, zal een groot deel van de oogst verloren gaan en kan zelfs de kwaliteit aangetast worden.

Kortom: zolang het druivensap niet veilig en wel, binnen de juiste pluktiming en zuur/zoet-balans, in de gistkuipen drijft, heeft al dit gejubel over ‘het jaar van de eeuw’ even veel waarde als een wichelroede of tarotkaart. Het is alsof we op basis van een foto van een ongeboren foetus gaan voorspellen hoe de uiteindelijke baby later zal scoren op de universiteit.

En zelfs als het plukscenario effectief perfect verloopt, blijft er nog die onberekenbare maar zo essentiële factor: de wijnmaker en zijn/haar vakkennis die zelfs het meest optimale druivenmateriaal achteraf in de kelder kan verknoeien. Door een te slappe selectie, door te korte/lange maceratie, via toevoeging van teveel additieven, door te lange houtlagering, et cetera.

Met andere woorden, laten we nog minstens zes maanden wachten alvorens we onze mooiste adjectieven bovenhalen voor de Belgische oogst 2018. En de voorspellingen overlaten aan Madame/Monsieur Soleil.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 27 juli 2018 door Wijntijd Reacties | Reageren

Wijndroom wordt duurder

DomeinDroomt u nog altijd van een eigen wijndomein op Franse bodem? Dan zal u zich wel moeten haasten of een bijverdienste moeten zoeken, want de prijzen gaan er in stijgende lijn.

Vooral de prijs voor een perceel AOP-wijn –Appellation d'Origine Protégée, de beschermde appellaties – is ondertussen geklommen tot 143.900 euro  per hectare (2017). Opnieuw een stijging met +2,3% in amper één jaar tijd.

Belangrijk is wel dat dit hoge prijskaartje sterk beïnvloed wordt door de megaprijzen die er in Champagne dienen betaald. Sluiten we immers deze appellatie uit dan dient u gemiddeld voor een hectare AOP-wijngaard ‘slechts’ 69.300 euro te betalen. een pak minder, maar toch ook een flinke stijging in een jaar tijd met +4,2%.

Wie het eenvoudiger - lees goedkoper - wil houden en niet bekommerd is om prestigieuze appellaties of status, laat deze AOP-wijngaarden natuurlijk links liggen. Gemiddeld kost een hectare u dan 13.800 euro, zij het dat ook in dit segment sprake is van een stijgende curve (+3%).

Opvallend is verder dat de wijngaarden die gebruikt worden voor de productie van AOP eaux-de-vie de sterkste stijging vertonen: daar moet u tegenwoordig voor een hectare 46.900 euro neertellen, want deze percelen werden in amper één jaar tijd met +8,1% duurder.

Geen wonder dat uit een andere statistiek blijkt dat het tegenwoordig vooral bedrijven  zijn die wijngaarden opkopen, meer dan private kopers.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 26 juni 2018 door Wijntijd Reacties | Reageren

Scoort de Russische wijnbouw?

RussischeWijnTerwijl alle – of toch honderden miljoenen – ogen dagelijks gericht zijn op Rusland door de Wereldkamipoenschappen Voetbal, worden tv-programma’s vaak met allerlei trivialiteiten gevuld. Soms banale faits divers om toch maar de ontelbare uren uitzending vol te krijgen.

Toch is er één aspect dat tot nu toe nauwelijks aan bod is gekomen: de Russische wijnbouw.

Vreemd eigenlijk, want de wijncultuur land de oevers van de Zwarte Zee kent een historiek van millenia. Logisch, want niet alleen zijn de terroirs daar geologisch bijzonder gevarieerd – vooral klei-kalkstenen bodems, maar ook percelen met schiste, zand of zelfs vulkanische restanten –, maar ook het microklimaat met zijn koele nachten en warme dagen vormen de ideale mix voor de productie van (rode) kwaliteitswijnen.

Gekende wijngaarden met een zekere reputatie situeren zich in de regio Kuban (in de nabijheid van de stad Krasnador) en vooral op het schiereiland van Taman, nabij de Zwarte Zee. Ook nabij de Kaspische Zee in Daghestan bevinden zich qua oppervlakte behoorlijk wat wijngaarden, evenals meer noordelijk in Rostov aan de Don.

Smurfen versus reuzen

Wat typisch blijkt voor deze Russische exploitaties is dat ze enorm kunnen verschillen qua omvang. Veel kleine familiale wijndomeinen tellen nauwelijks een halve hectare druivelaars, terwijl de giganten zelfs tot 12.000 hectare percelen exploiteren. Om u een idee te geven: Kuban Vino, de grootste winery die gegroeid is uit een oude Sovjet-staatsboerderij, is qua oppervlakte drie keer zo groot als de belangrijkste coöperatieve in Bordeaux.

De kwantiteit en historiek zijn er anno 2018 dus, maar voorlopig is de export van Russische cuvées vrijwel nihil en vinden we nauwelijks betrouwbare oordelen over de gebottelde kwaliteit.

Toch signaleren waarnemers dat de Russische wijnindustrie duidelijk dynamischer en meer kwaliteitsbewust wordt. Het zijn vooral de kleinschalige familiedomeintjes die voorlopig vasthouden aan de autochtone variëteiten, zoals de soepele, op direct fruit speculerende krasnostop en vooral de tanninerijke, krachtige saperavi die we ook in ons land al wel kennen van ingevoerde rode Georgische wijnen. In de meer grootschalig werkende agro-industriële wijnbedrijven daarentegen kiest men vaker voor de gekende internationale druivenrassen, vooral soorten die kunnen ingeschakeld worden voor de productie van mousserende wijn. Want Rusland en bubbels hebben al een lange liefdesrelatie.

Maar de voornmaaste paleisrevolutie van de laatste jaren is dat steeds meer wijnbouwers er nu bewuster beginnen focussen op de kwalitatief plantmateriaal – zoals nieuwe, meer gevarieerde onderstammen i.p.v. de huidige 'eenheidsworst' op dat vlak – en op de specificiteit van hun terroirs, al is het maar voor een deel van hun productie. Ze krijgen hiervoor trouwens vaak ook flinke staatssubsidies, doorgaans forfaits per hectare, voor herstructureringsprojecten en meer specifiek de heraanleg van hun druivenareaal.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 29 mei 2018 door Wijntijd Reacties | Reageren

Veiling met gele koorts: 103.700 euro voor 1 fles

OudewijnHet zoemde al weken onder verzamelaars en investeerders: straks wordt er misschien weer een record afgehamerd als de drie flessen ‘vin jaune’ (inhoud telkens 87 cl) uit de Jura met oogstdatum 1774 geveild worden. Cuvées die werden samengesteld met druiven die nog onder het bewind van Louis XVI werden geplukt

Bovendien zijn dit objectief de oudste flessen die actueel nog in circulatie zijn. Geproduceerd door wijnmaker Anatoile Vercel (1725-1786) en daarna ruim 200 jaar bewaard door acht generaties nazaten in quasi-perfecte kelders in Arbois.

Dat de verwachtingen hooggespannen waren, is logisch, want in 2011 werden twee andere flessen van dezelfde cuvée verkocht voor 57.000 euro en in 2012 tegen een hamerprijs van toch nog steeds een vette 38.300 euro.

Alle records verpulverd

Op 23 maart jl. was het dan zo ver, en de recordjagers hadden gelijk: één fles realiseerde immers het duizelingwekkende bedrag van 103.700 euro.

De tweede fles ‘gele wijn’ werd afgehamerd aan 76.250 euro en het derde exemplaar werd waarschijnlijk door de gefortuneerde bieder als een ‘koopje’ beschouwd, want haalde ‘slechts’ 73.200 euro. De uiteraard anonieme kopers zijn naar verluidt een Canadees en een inkoper die in opdracht van Amerikanen bood.

Los van het astronomische bedrag: koopt men met deze oude flessen een ‘kat in een zak’, met andere woorden ondrinkbare rommel? Niet noodzakelijk, want dit oxidatieve wijntype – grosso modo vergelijkbaar met de sherryproductie, een ‘flor’ inkluis - kan enorm lang mooi ouderen, zeker als de flessen in optimale omstandigheden werden gestockeerd. Bovendien werd een gelijkaardige cuvée door een panel van 24 wijnexperten geproefd, die een zeer hoge score van 94/100 gaven.

Mag ik een gokje doen? De kopers zullen deze fles waarschijnlijk nooit ontkurken. Want dit soort peperdure objecten worden eerder als showstukken en trofeeën beschouwd die meestal worden tentoongesteld in hun privékelder.

Passief bewonderen dus in plaats van actief genieten.

Frank Van der Auwera

Geplaatst op 20 mei 2018 door Wijntijd Reacties | Reageren

Wie is de duurste?

WijnflessenDe uiteindelijke prijs van een fles wijn is natuurlijk een kluwen van variabelen, gaande van de startprijs op het domein tot de winkelprijs in onze rekken, nadat alle kosten (winstmarge, transport, ecotaks, accijnzen,…) werden toegevoegd.

Maar interessant is wel om weten: welk productieland is het duurste als het op export van zijn wijn aankomt?

Gebaseerd op de statistieken van 2017 en uitgedrukt in USD per liter gebottelde wijn is het binnen Europa Frankrijk dat deze lijst aanvoert. Beperken we ons tot de ‘Grote Drie’, dan blijkt dat Franse stille wijnen gemiddeld werden uitgevoerd tegen 5,69 USD/liter, op afstand gevolgd door Italië (3,84 USD/liter) en zeker door Spanje (2,30 USD/liter).

Toch is Frankrijk daarmee niet de absolute prijzenkampioen van de wereld, want de gemiddelde Amerikaanse wijn werd in dezelfde referentieperiode zelfs geëxporteerd aan 6,79 USD/liter en ook Nieuw-Zeeland scoort met 5,86 USD/liter hoger.

Nog duidelijker is de afstand tussen de drie Europese giganten als het op bubbels aankomt. Daar overklast Frankrijk met 19,35 USD/liter prijsmatig vele malen de mousserende wijnen uit Italië (4,10 USD/liter) of Spanje (2,69 USD/liter). De factor 'Champagne' speelt hier uiteraard een dominante rol.

Kijken we tenslotte naar de bulkmarkt, dan wordt de internationale rangorde nog eens door elkaar geschud. Duurste in dit segment is Nieuw-Zeelandse bulkwijn met 2,78 USD/liter, verrassend genoeg gevolgd door Argentinië (1,43 USD/liter) en pas dan Frankrijk (1,25 USD/liter) en de Verenigde Staten (1,19 USD/liter). Hier is het uiteraard de factor 'afstand' die deze cijfers voor een stuk kleurt.

Ter vergelijking: Spanje haalt slechts een gemiddelde vrac-prijs van 0,47 USD/liter. Spanje mag zich dus, in alle segmenten, van de drie grote Europese wijnlanden het goedkoopste noemen.

Frank Van der Auwera

Onze blogs

Meer