Geplaatst op 5 september 2012 door Lars Bové Reacties | Reageren

Geachte procureur-generaal

Geachte heer Liégeois,

U haalde maandag, bij de start van het gerechtelijk jaar, ongemeen hard uit naar de pers. Dat is uw volste recht. De vrijheid van menings- uiting, weet u wel. En iedereen die u kent, had niet anders verwacht dan een rechttoe-rechtaanspeech. Het typeert u. Alleen zou de manier waarop u alle journalisten over één kam scheert en uw persoonlijke ervaringen optilt tot feiten nooit de toets doorstaan van een journalistiek artikel. Wij, journalisten, moeten ons houden aan de feiten. Onze gevoelens zijn van geen tel. Terwijl uw uithaal naar de pers ingegeven is door uw woede over de artikels die zijn verschenen over de oorlog tussen uzelf en de diamantaanklager Peter Van Calster. Het was in volle 'diamantgate', enkele maanden geleden, dat u besloot deze toespraak te houden.

Over één ding zijn we het eens: de pers moet het vermoeden van onschuld respecteren. Dat is de moeilijke taak van elke gerechtsjournalist. Daarom schrijf ik bijvoorbeeld nooit over klachten. Want gelijk wie kan een klacht indienen. Daar in de pers zomaar ruchtbaarheid aan geven, is zeer delicaat. Met datzelfde dilemma worstelde ik afgelopen vrijdag toen ik vernam dat Van Calster tegen u een klacht had ingediend. Alleen was dat zo ongezien: een aanklager die zijn eigen procureur-generaal beticht van 'tuchtrechtelijke inbreuken en misdrijven'. Daarover moesten we berichten. Maar alleen als ik u de kans gaf om te reageren, wat ook gebeurde.

Maar we zijn het vooral oneens. U klaagt dat er te weinig procedures zijn om een bericht in de pers recht te zetten of om de auteur te straffen. Nochtans kan iedereen die in een krantenartikel vermeld wordt een joekel van een recht van antwoord laten publiceren. Zelfs als de feiten 100 procent correct zijn. Als journalist sta je ook nog eens elk dag blootgesteld aan rechtszaken. Dat is een behoorlijk zwaard van Damocles boven ons hoofd. U weet dat. Uw eigen echtgenote spande in volle diamantgate een rechtszaak aan tegen journalist Yves Desmet. Wegens laster en eerroof, waarbij ze 19.000 euro schadevergoeding eiste. Onder andere omdat ze in een rusthuis al spottend werd gevraagd waar ze haar diamanten had verstopt.

Worden magistraten dan beter gecontroleerd dan journalisten? Al onze berichten worden 'gescreend' door honderdduizenden lezers. Het oordeel van de nieuwsconsument is bikkelhard.

U haalt ook uit naar uw eigen troepen die lekken naar de pers. Vooral de moeilijkheid om onze bronnen te ontmaskeren, stoort u. Ik weet waarom. Op 14 september vorig jaar vorderde u zelf een gerechtelijk onderzoek naar een 'georganiseerd perslek' in De Tijd van 3 september. Het artikel toonde aan hoe omvangrijk de 'HSBC-fraude' wel is. Er zijn honderden diamantairs bij betrokken, zelfs de top van de sector, goed voor 1 miljard dollar zwart geld. Maar tot uw spijt kon de onderzoeksrechter onze bron niet ontmaskeren.

U moest eens weten hoe vaak een gerechtsjournalist wordt verhoord over lekken. Ik geef u een voorbeeld. In augustus 2009 onthulde De Tijd het dossier tegen rechtbankvoorzitster Francine De Tandt. Pas na dat perslek kwam er een onderzoek. En nu in november moet de magistrate in kwestie verschijnen voor het hof van beroep. Met alle respect voor haar vermoeden van onschuld moet u met mij toch besluiten dat een perslek zinvol kan zijn in een democratie. Ook in deze zaak ben ik verhoord over mijn bron. Ook dat leidde tot niets. U vindt dat ergerlijk. Ik niet.

U gaat nog verder. De pers zou magistraten en speurders die gewillig lekken in ruil 'positieve publiciteit' geven. Verwijst u opnieuw naar uw vete met Van Calster? U noemt het zelfs 'een vorm van corruptie'. Ik kan gerust stellen dat enkele magistraten en speurders, die bekendstaan als een goede bron van menig gerechtsjournalist, geen genade kregen toen ze onlangs zelf in een strafonderzoek belandden.

Het bedroeft me dat een topmagistraat pleit voor een wetswijziging die het bronnengeheim van journalisten doorprikt. Is de pers in uw ogen dan alleen een doorgeefluik van kant-en-klare persmededelingen? Moeten wij in elk dossier het geheim van het onderzoek respecteren? Moesten we dan tien jaar lang wachten op het proces-Lernout & Hauspie om erover te schrijven? Het spreekt voor zich dat de pers haar rol als 'vierde macht' zorgvuldig moet spelen. Maar een heksenjacht op onze bronnen is een gevaar voor de democratie.

Lars BOVÉ

Geplaatst op 31 mei 2012 door Lars Bové Reacties | Reageren

Zware criminelen mogen proces afkopen

Met een rondzendbrief van de procureurs-generaal krijgen alle aanklagers in ons land groen licht om deals te sluiten met verdachte criminelen. Minister Turtelboom steunt de richtlijn.

In maart vorig jaar sloten de partijen van de regering-Leterme een compromis om de fraude te bestrijden. De fiscus kon voortaan gemakkelijker bankrekeningen inkijken. En fraudeurs die vervolgd worden, konden gemakkelijker deals sluiten om hun proces af te kopen. Dat laatste betekende een uitbreiding van de 'minnelijke schikking' in strafzaken.

Criminelen konden al langer een geldsom betalen om een veroordeling te ontlopen, maar slechts in een zeer beperkt aantal gevallen. Het was alleen mogelijk zolang het onderzoek in handen was van de aanklager, het niet bij een onderzoeksrechter zat, én zolang het dossier nog niet voor een rechter was beland. De nieuwe wet maakt de schikking mogelijk op gelijk welk moment, zolang er geen definitieve uitspraak van een rechter is, dus zelfs als de zaak al bij Cassatie ligt.

De nieuwe wet kwam er op 11 juli, maar werd tot nu amper toegepast. Het was al die tijd wachten op een rondzendbrief van de procureurs-generaal. Er moesten nog belangrijke knopen worden doorgehakt. Voor welke misdrijven mochten aanklagers deals sluiten met verdachten? En welke procedures zullen uitschuivers voorkomen? In maart klopte minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open VLD) bij de procureurs-generaal op tafel om de knopen door te hakken. En dat is nu gebeurd.

De rondzendbrief, die eerstdaags verspreid wordt onder alle openbaar aanklagers in België, zorgt voor controverse (zie VTM en RTBf). Onder andere door de behoorlijke lijst met misdrijven waarvoor deals mogen worden gesloten. Daarbij is lang niet alleen sprake van fraudezaken, zoals de regering-Leterme eerst liet uitschijnen (zie lijst onderaan).

Iedereen die een misdrijf heeft gepleegd, zowel mensen als rechtspersonen, mag voortaan de aanklager een schikking voorstellen. Dat kan voor misdrijven waarop tot 15 à 20 jaar cel staat. In de wet staat dat er geen sprake mag zijn van een 'zware aantasting van de lichamelijke integriteit'. Maar de rondzendbrief geeft toch groen licht voor sommige gevallen van slagen en verwondingen. Bij 'morele' of 'psychologische' schade kan zelfs altijd onderhandeld worden.

'De lijst met misdrijven gaat zeer ver', erkent minister Turtelboom. 'Maar dat is goed. Voor sommige dossiers is een celstraf minder zinvol. Met een schikking ben je zeker van het resultaat, terwijl grote dossiers nog te vaak op niets uitdraaien. We zijn het er ook allemaal over eens dat er te veel processen zijn. Wel, dan moet je creatief durven te zijn en andere instrumenten aanreiken. Ik sta hier echt achter. Bij verkeersinbreuken aanvaarden we minnelijke schikkingen toch al langer? Het is trouwens een partijgenote van mij, Carina Van Cauter, die de wetswijziging vorig jaar mogelijk maakte.'

Toch kunnen er ook vragen gesteld worden over de scheiding der machten. De openbaar aanklagers hebben immers alle touwtjes in handen om deals te sluiten. De rechters staan buiten spel. Als de aanklager al tijdens een gerechtelijk onderzoek een deal wil sluiten met een verdachte, 'kan' de onderzoeksrechter hooguit een 'advies' geven over de stand van zijn onderzoek. Meer niet. En als het proces al begonnen is, zullen de rechters niet mogen oordelen over de schikking wel opportuun en proportioneel is. De rechters worden alleen geïnformeerd dat er een akkoord is en mogen alleen die formaliteit akteren.

De rondzendbrief gaat trouwens nog een stap verder. Als een rechter al een veroordeling heeft uitgesproken, zal de aanklager toch nog onder de straf mogen gaan die de rechter heeft uitgesproken.

'Maar de rondzendbrief geeft ook minimumbedragen voor schikking in fraudezaken', nuanceert Turtelboom. 'Voor belastingfraudes zal de verdachte, boven op het vergoeden van de fiscus, de aanklager minstens 10 procent van de ontdoken belasting moeten betalen. Voor rechtspersonen is dat zelfs minimum 15 procent.'

Zowel het slachtoffer als de Belgische schatkist wordt dus vergoed, maar ook de crimineel vaart er wel bij. Want die is, ondanks de schikking, niet verplicht zijn strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor de feiten te erkennen. Terwijl de andere verdachten die niet betaalden, wel nog vervolgd worden. In tegenstelling tot een vonnis of arrest is de 'farde' over de schikking niet publiek. Die wordt geklasseerd. Als de onderhandeling niet tot een akkoord leidt, mag het gerecht ook niets doen met de informatie of documenten die tijdens de gesprekken zijn opgedoken. Die mogen niet meer als bewijs worden gebruikt, ook niet in andere procedures. Zelfs niet als over andere personen strafbare feiten aan het licht kwamen.

'In deze rondzendbrief zitten voldoende waarborgen', vindt Turtelboom. 'Zo kunnen slachtoffers tussenbeide komen bij de onderhandelingen én moeten ze hun zegen geven aan de schikking. Bij fraude moeten de fiscus of de sociale inspectie eerst vergoed zijn. Er komen ook referentiemagistraten die de andere magistraten bijstaan.' De rondzendbrief wordt ten laatste over twee jaar geëvalueerd.

Lars BOVÉ
(Dit artikel verscheen in De Tijd van 26 mei)

Geplaatst op 30 april 2012 door Lars Bové Reacties | Reageren

Belgische justitie onthoofd

Het is zonder twijfel de belangrijkste hervorming van het gerecht sinds het ontstaan van België. Het kernkabinet van de regering-Di Rupo heeft gisteren zijn fiat gegeven voor de plannen van minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open VLD) om de gerechtelijke arrondissementen te hertekenen.

Van de 27 gerechtelijke arrondissementen zullen er nog maar 12 overblijven. In Vlaanderen komt er een arrondissement West-Vlaanderen (fusie van Brugge, Kortrijk, Veurne en Ieper), Oost-Vlaanderen (Gent, Dendermonde en Oudenaarde), Antwerpen (Antwerpen, Turnhout en Mechelen), Limburg (Hasselt en Tongeren) en Leuven, dat het kleine broertje wordt.

Brussel-Halle-Vilvoorde is een geval apart. Het blijft een van de twaalf arrondissementen. Alleen het parket, dat de misdrijven vervolgd, wordt opgesplitst in een voor Brussel en een voor Halle-Vilvoorde, met een aparte procureur. De Brusselse rechtbanken worden opgesplitst in Nederlandstalige en Franstalige rechtbanken, die voor het hele arrondissement BHV bevoegd blijven.

Een van de concrete gevolgen is dat er minder 'bazen' zullen zijn. Uit berekeningen van De Tijd blijkt dat zo'n 85 korpschefs hun mandaat zullen verliezen. Het gaat om procureurs des Konings, arbeidsauditeurs en de voorzitters van rechtbanken van eerste aanleg, handels-, arbeids- en politierechtbanken. Die zijn nu nog met 164. Op de hogere echelons van de hoven beroep, het Hof van Cassatie en het federaal parket houden alle chefs hun post. Het totale aantal chefs bij het gerecht zou zakken van 182 naar 97.

De zittingen van rechtszaken zullen gewoon blijven plaatsvinden in de huidige gerechtsgebouwen, belooft minister Turtelboom. Voor de burgers en hun advocaten zou er dus weinig veranderen. De hervorming wijzigt wel de beheersstructuren. Alles gebeurt op grotere schaal. Magistraten worden nu toegewezen aan een van de 27 arrondissementen. Daardoor is er in kleinere arrondissementen vaak een gebrek aan expertise (bijvoorbeeld voor complexe fiscale dossiers) en zijn er snel personeelstekorten bij ziektes en verloven. In de toekomst zullen magistraten - zowel rechters als aanklagers - inzetbaar zijn in alle arrondissementen die bij een van de vijf hoven van beroep horen.

Bijvoorbeeld het hof van beroep van Antwerpen overkoepelt de overgebleven arrondissementen Antwerpen en Limburg. Ook met het gerechtspersoneel, zoals de griffiers en de parketsecretarissen, zal gemakkelijker geschoven kunnen worden omdat ze niet meer in de 27 kleine arrondissementen zullen werken maar in de 12 grotere.

De chefs die dus met minder zullen zijn, zullen wel meer mensen onder hun hoede krijgen en autonoom mogen beslissen over hun budget, personeel en materieel. Ze zullen niet langer afhankelijk zijn van de centrale beheersdiensten in Brussel. Ze zullen wel beheersovereenkomsten moeten sluiten met hun hiërarchische top: het college van procureurs-generaal (voor de aanklagers) en het college van de 'zetel' (voor de rechters). De beheersorganen van de aanklagers en de rechters zullen ook afspraken maken, bijvoorbeeld over het beheer van hun gezamenlijke gebouwen. Ze krijgen daarvoor de hulp van specialisten die geen magistraten zijn.

Turtelboom moet de plannen nu in wetteksten gieten. Ze wil op het einde van de legislatuur in 2014 klaar zijn. Benieuwd of deze minister van Justitie haar tanden eens niet stuk bijt op de hervorming van vrouwe Justitia.

Lars BOVÉ

Geplaatst op 30 april 2012 door Lars Bové Reacties | Reageren

Mantra van de regering-Di Rupo doorprikt

Op 7 januari was Annemie Turtelboom (Open VLD) in haar eerste interview als minister van Justitie in De Tijd formeel: er wordt niet bespaard op justitie. 'Studies wijzen uit dat je in tijden van crisis meer criminaliteit hebt. Mensen hebben dan juist meer nood aan veiligheid. Dus mag je zeker niet besparen op de veiligheidsdepartementen. Trouwens, er zijn prioriteiten bij justitie die geld zullen kosten. De bouw van de gevangenissen, om een heel belangrijk voorbeeld te noemen.'

Sinds het aantreden van de regering-Di Rupo was er bij de regeringsleden een mantra dat er niet bespaard zou worden bij justitie.

Maar die belofte is niet realistisch gebleken. 'Bij justitie wordt er net als bij de andere overheidsdiensten zo'n 5 procent bespaard', zegt Margaux Donckier, Turtelbooms woordvoerster. 'We hebben eerst nog heel lang bestudeerd of we bepaalde departementen binnen justitie konden vrijwaren van die lineaire besparing. Maar we moeten besluiten dat bij alle departementen het vet eraf is. Dus zullen deze keer ook de gevangenissen en de magistratuur niet aan de besparingen ontsnappen.'

Daarmee wordt het onheilsbericht dat op 15 december in De Tijd verscheen - 'Andere departementen Justitie kunnen niet langer als enige broekriem aanhalen' - dan toch realiteit. In één van zijn laatste parlementaire antwoorden had Turtelbooms voorganger Stefaan De Clerck (CD&V) al aangegeven dat de gevangenissen en de rechterlijke orde - de rechters, de aanklagers en hun medewerkers - de voorbije twee jaar zo goed als niets hadden bijgedragen aan de personeelsbesparingen bij justitie.

Met als gevolg dat de andere departementen bij justitie, zoals de centrale administratie in Brussel, de besparingen liefst vier keer meer hebben gevoeld. Dat zou bij een volgende besparing niet meer houdbaar zijn, waarschuwde De Clerck. De rechterlijke wereld én de gevangenissen mochten 100 procent van hun personeelsbudget opsouperen. Nochtans vertegenwoordigen ze meer dan 80 procent van het personeelsbestand van Justitie. Terwijl bijvoorbeeld de Kansspelcommissie, die de hele Belgische goksector controleert, vorig jaar slechts 63 procent van haar personeels- budget heeft uitgegeven. Bij de staatsveiligheid was dat 94 procent. Bij de justitiehuizen, die veroordeelde criminelen die voorwaardelijk vrij zijn begeleiden, was het 90 procent. Bepaalde centrale diensten in Brussel spendeerden zelfs maar 80 procent.

Voor de magistraten zal de besparingspijn zachter zijn, belooft Turtelboom. 'Er wordt vooral in de werkingskosten geknipt. Hoe precies, kunnen we nog niet zeggen.' In de gevangenissen werd al een eerste schot gelost met 393 cipiers die niet meer vervangen zouden worden. Tot grote woede van de cipiersbonden die meer personeel vragen en dreigen met stakingen. Daarom kon Turtelboom niet anders dan extra budge vragen om de 393 cipiers toch aan boord te houden.

Lars BOVÉ

Geplaatst op 24 februari 2012 door Lars Bové Reacties | Reageren

Justitie prutst met miljoenenclaim over computers

De Belgische staat heeft een slordige 28 miljoen euro verloren aan de mislukte informatisering van justitie, maar de miljoenenclaim tegen computergigant Unisys zit al bijna vier jaar in de koelkast. Sinds april 2008 heeft de advocaat van Unisys niets meer gehoord van de advocaat van de Belgische staat, ondanks verschillende herinneringen aan de rechtszaak.

Het was nochtans de federale regering die in 2007 zelf het monstercontract met Unisys verbrak en met tromgeroffel een schadeclaim eiste. Maar sinds de regering-Leterme in maar t 2008 de fakkel overnam van de regering-Verhofstadt en Laurette Onkelinx (PS) het departement Justitie overdroeg aan CD&V'er Jo Vandeurzen is het aan overheidszijde windstil in de miljoenenprocedure tegen Unisys.

Volgens onze informatie stapte de Belgische staat in juni 2007 naar de Brusselse rechtbank van eerste aanleg om een schadevergoeding van 28 miljoen euro te krijgen van Unisys. Enkele maanden eerder, op 7 maart 2007, had toenmalig minister van Justitie Laurette Onkelinx het monstercontract om de computers van justitie eindelijk de 21ste eeuw in te loodsen, zelf opgezegd. Nadat de advocaat van de minister zijn conclusies had ingediend, lanceerde Unisys in april 2008 een tegenclaim van naar verluidt 20 miljoen euro. Op dat moment lag de bal in het kamp van de overheid om het proces op gang te brengen. Maar de advocaat van de Belgische staat schoot nooit in actie. Hoewel Unisys verschillende brieven verstuurde om de zaak te bespreken.

Huidig minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open VLD), die het dossier heeft geërfd, riep vandaag nadat De Tijd het nieuws bekend maakte, de advocaat van de Belgische staat naar haar kabinet. Topadvocaat Xavier ­Dieux kon Turtelboom alleen bevestigen dat hij de voorbije jaren vruchteloos geprobeerd heeft haar voorgangers (de CD&V’ers Jo Vandeurzen en Stefaan De Clerck) aan te manen de belangrijke rechtszaak tegen Unisys weer op te pikken. Turtelboom beloofde na de vergadering de zaak te zullen deblokkeren.

RAMP

De mislukte deal met Unisys was een ramp voor justitie, dat sindsdien nog altijd sukkelt met haar informaticanetwerken. Zelfs in die mate dat sommige stokoude computerprogramma's niet meer bijgewerkt worden uit vrees voor een totale crash. Unisys sleepte eind 2001 het prestigieuze project 'Phenix' in de wacht om de computers van vrouwe justitie uit hun as te doen herrijzen.

De verwachtingen waren hooggespannen. 'Eén performant computersysteem zal van onze justitie in een mum van tijd een voorloper in Europa maken. Elk juridisch dossier zal volledig elektronisch beschikbaar zijn', verkondigde de toenmalige minister Marc Verwilghen (Open VLD).

Maar in oktober 2004 riep justitie al de hulp in van Fedict, de informaticadienst van de federale overheid. De situatie was zo kritiek dat de overheid al in december 2004 besliste geen facturen meer te betalen aan Unisys. Een stuurcomité van Justitie en Fedict eisten van Unisys tastbare resultaten ('deliverables'). Maar in april 2005 ging een test op het politieparket van Turnhout volledig de mist in. Zowel het Amerikaanse als het Europese moederhuis van Unisys greep in, maar tevergeefs. In november 2006 werd een tweede test in Turnhout afgeblazen. Toen begin 2007 zelfs een simpele toepassing voor de 'collectieve schuldenregeling' niet bleek te werken, trok Onkelinx de stekker uit het Phenix-project.

Toch is de tegenclaim van Unisys niet zomaar uit de lucht gegrepen. Het Rekenhof concludeerde al in 2009 dat ook de overheid cruciale fouten maakte. Zo knoeide ex- minister Verwilghen met een deelcontract bij de firma Dolmen. Hij negeerde twee negatieve adviezen van de Inspectie van Financiën. Pas eind 2005 kon dat contract heronderhandeld worden met Unisys.

Justitie richtte ook opvolgingscomités op, maar de bevoegde dienst Informaticaomkadering kon onvoldoende middelen uittrekken. Het was volgens het Rekenhof ook een foute keuze te opteren voor één monstercontract met Unisys voor de analyse en de ontwikkeling. Het rapport toonde aan dat vermoedelijk alle partijen schuld dragen.

 

Lars BOVÉ
(Dit artikel verscheen op 24 februari 2012 in De Tijd.)

Geplaatst op 1 februari 2012 door Lars Bové Reacties | Reageren

'Masterplan Gevangenissen' allesbehalve meesterlijk

De federale regering weet zelf niet hoeveel haar grote bouw- en renovatieplan voor de Belgische gevangenissen zal kosten. Ook het Rekenhof kan het prijskaartje niet inschatten, want cruciale informatie ontbreekt. Dat staat te lezen in een auditverslag van het Rekenhof. Een raming van de exploitatiekosten van de nieuwe gevangenissen is er niet. En voor sommige bouwprojecten is zelfs het volledige budget nog een groot vraagteken. Het 'Masterplan gevangenissen' blijkt dus allesbehalve meesterlijk.

Om de schrijnende overbevolking in onze gevangenissen aan te pakken, bedacht de regering-Leterme in april 2008 het 'Masterplan 2008-2012 voor een gevangenisinfrastructuur in humane omstandigheden'. Het bevatte renovaties en zeven nieuwbouwprojecten, volgens de laatste stand van zaken goed voor 2.773 extra cellen.

Al met de titel van het masterplan was er een probleem. In december 2008 moest de deadline al verschoven worden van 2012 naar 2016. Maar ook die streefdatum blijkt nu wishfull thinking. Voor de nieuwe supergevangenis in Haren, die met haar 1.190 cellen die Vorst, Sint-Gillis en Berkendael moet vervangen, houdt de regering ook vast aan de deadline 2016, terwijl het Rekenhof vernam dat eind 2017 de enige realistische einddatum is. En dat weet de regering ook al sinds september 2010.

De optimistische inschatting van de deadlines is slechts een symptoom van een groter probleem. 'Alle ingeschatte einddatums voor de bouwprojecten zijn onzeker', waarschuwt het Rekenhof. 'Er bestaat geen allesomvattend en actueel overzicht van de vooruitgang van het masterplan.' Er is een 'taskforce' opgericht die alles moet coördineren, maar 'een gecoördineerde sturing van het volledige plan ontbreekt'. 'De informatie die de ministerraad krijgt, wordt ad hoc opgemaakt, vaak op het moment dat een aanpassing of uitbreiding van het plan moet worden goedgekeurd.'

Wat vooral zorgen baart, is dat de totale kostprijs van het plan maar niet berekend wordt. 'De budgetten voor gebouwen en terreinen worden volgens de nood vrijgemaakt. Bovendien is er nog geen raming gemaakt van de bijkomende kosten voor personeel en voor de overige uitbatingskosten. Ook over de verdeling van de kosten tussen de Regie der Gebouwen en Justitie zijn nog geen afspraken gemaakt', besluit het Rekenhof.

DOEMSCENARIO

Het doemscenario dat het finale prijskaartje ongelofelijk zal oplopen, zoals bij de bouw van het Antwerpse justitiepaleis, tekent zich af. Alleen al het loon van de ingeschakelde consultant is intussen meer dan verdubbeld (van 1,3 naar 2,7 miljoen euro). Maar de grote meerkosten schuilen in de bouwprojecten zelf. Voor het terrein in Haren is al 65 miljoen euro neergeteld, maar de bouw-, onderhouds- en personeelskosten zijn nog niet bekend.

'Er ligt geen grondige studie aan de basis van dit plan', schrijft het Rekenhof onomwonden. Hoe lang de cellen in de oude gevangenissen nog kunnen worden gebruikt, is een vraagteken. Welke cellen intussen in onbruik zullen raken, wordt door niemand overzichtelijk opgevolgd. Welke noden er in de toekomst zullen zijn, is evenmin bestudeerd.

De nieuwe gevangenisgebouwen zullen dus niet vooruitstrevend zijn. 'Over het type te bouwen gevangenissen is in de eerste nota over het Masterplan weinig gesproken. Behalve dat gevangenisboten niet opportuun zijn.' De regering koos dan maar voor het klassieke 'Ducpétiaux'-concept (een gevangenis met alle cellen rond een bewakingscentrum) 'zonder verdere onderbouwing'. Ze koos ook voor gevangenissen van verschillende groottes. Ook daar 'zonder duidelijke motivering', merkt het Rekenhof op.

Waarom koos de regering voor nieuwe gevangenissen met 300 tot 450 cellen, terwijl ze weet dat gevangenissen met maximum 400 plaatsen het beste resultaat geven en het meest kostenefficiënt zijn? De supergevangenis in Haren, met 1.190 cellen, wordt dus zeker een superuitdaging.

Minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open VLD) belooft rekening te houden met de kritiek van het Rekenhof. 'Deze legislatuur kan ik alleen de projecten op korte termijn realiseren. En voor de grotere projecten zal ik een langetermijnvisie uitdokteren.'

LOZE BELOFTES

Het Rekenhof geeft de opeenvolgende ministers van Justitie in zijn auditverslag ook een veeg uit de pan omdat ze telkens afkomen met maatregelen waarvan ze weten dat ze niets zullen veranderen aan de overbevolking in de gevangenissen.

  • Al zo vaak is aangekondigd dat veroordeelde vreemdelingen naar hun thuisland zullen worden teruggestuurd. Maar het is geweten dat het aantal gedetineerden dat daarvoor in aanmerking komt, zeer beperkt is.
  • 'Er zijn ook ernstige aanwijzingen dat onvoldoende gedetineerden in aanmerking komen voor een elektronische enkelband', stelt het Rekenhof. Meestal gebeurt dat na een strafonderbreking, dus met weinig effect op de overbevolking.
  • De meeste veroordeelden die een werkstraf krijgen, zouden toch nooit in de gevangenis belanden als dat type straf niet zou bestaan.
  • De wijziging van de wet op de voorlopige hechtenis in 2005 heeft al even weinig gedaan aan de overbevolking. Het Rekenhof pleit daarom voor volwaardige impactanalyses.

Lars BOVÉ

 

Geplaatst op 13 januari 2012 door Lars Bové Reacties | Reageren

Diamantgate: 'We laten ons niet opzijschuiven'

Minister van Justitie Annemie Turtelboom relativeert de 'oorlog' tussen de Antwerpse procureur- generaal (PG) en de procureur des Konings. Maar uit interne mails blijkt onmiskenbare oorlogstaal over de aanpak van de diamantfraude. 'We laten ons niet opzijschuiven door de PG', schreef de procureur onlangs nog.

Dat de Antwerpse procureur-generaal Yves Liégeois vorige week huiszoekingen liet uitvoeren bij het parket van eerste aanleg én bij de federale gerechtelijke politie, vindt minister Turtelboom (Open VLD) nog geen aanwijzing van een 'oorlog' tussen de Antwerpse aanklagers. 'Het is wel een zeer uitzonderlijke procedure, zeker als het onderzoek nog loopt', verklaarde de minister woensdagochtend op Radio 1.

Interne documenten, brieven en e-mails die De Tijd kon inkijken, tonen een minder rooskleurige realiteit. Dat blijkt onder andere uit een e-mail die procureur des Konings Herman Dams op 31 oktober richtte aan zijn substituut Peter Van Calster. Die voert sinds 2005 een verbeten strijd tegen de diamantfraude. Na een zoveelste 'dringend schrijven' van procureur-generaal Liégeois over de volgens hem foute aanpak van de diamantfraudes schrijft Dams: 'We laten ons niet zomaar opzijschuiven, maar zullen heel professioneel antwoorden en niet, zoals de PG, onder de gordel slaan. (...) Wij staan boven dit soort van scheld- tirades.'

De directe aanleiding voor de 'scheldtirades van de PG' is het fameuze dossier-HSBC. Dat onderzoek is een bom onder de Antwerpse diamantsector. Niet alleen omdat het gaat over veel geld: minstens 1,28 miljard euro zwart geld, centen die de Belgische schatkist goed kan gebruiken. Maar vooral omdat er honderden diamantairs bij betrokken zijn, onder wie enkele toplui van de sector. Allemaal zouden ze geheime bankrekeningen hebben bij de bank HSBC in Zwitserland. Die bankgegevens zijn in 2006 en 2007 gestolen bij de bank en begin 2009 beland bij de Franse fiscus.

Explosief

In juli 2010 belanden de gegevens over de Belgische belastingplichtigen bij de Belgische fiscus. Wanneer de Antwerpse aanklager Peter Van Calster enkele weken later via de pers verneemt dat veel namen van Antwerpse diamantairs op de lijst van HSBC staan, vraagt hij de gegevens op bij de fiscus. Dat gebeurt via een vertrouwelijk schrijven op 2 september 2010. Op 9 september krijgt hij de explosieve bankgegevens van de Bijzondere Belastinginspectie in Antwerpen.

Het strafonderzoek is amper begonnen, maar al een week later, op 17 september, komt de diamantlobby aankloppen bij de procureur-generaal. Twee advocaten van Antwerp World Diamond Centre (AWDC), Raf Verstraeten en Axel Haelterman, beiden toppleiters en rechtsgeleerden, willen het dossier-HSBC bespreken met Liégeois. Op 5 oktober mogen de advocaten langskomen.

Ook procureur Dams mag het gesprek bijwonen. In een voorafgaande brief van 29 september schrijft de procureur aan de procureur-generaal: 'Het feit dat meester Verstraeten deze discussie aanknoopt, moet hieruit begrepen worden dat AWDC schuld bekent dat tal van zijn leden inkomsten hebben op Zwitserse reke- ningen waarvan de fiscus niet op de hoogte werd gesteld?'

Op de vergadering blijkt dat de diamantsector de twee advocaten heeft uitgestuurd om in het HSBC-dossier op het hoogste niveau een deal te sluiten voor alle diamantairs. Er worden rekensleutels voorgesteld om de diamantairs toe te laten een minnelijke schikking te betalen en zo een strafproces te ontlopen.

Maar procureur Dams en zijn substituut Van Calster vinden de voorgestelde schikking veel te laag. Ze willen wel onderhandelen, maar alleen als de diamantairs 'volledige transparantie' bieden om te komen tot 'juiste taxaties', blijkt uit de briefwisseling. Als de diamantairs niet willen zeggen waarvoor hun Zwitserse rekeningen dienden, kan het parket immers niet inschatten wat een correcte belasting is om de zaak te begraven.

Minister

De gesprekken lopen vast en advocaat Haelterman stelt de procureur-generaal voor de minister van Justitie bij de onderhandelingen te betrekken. Dat vindt Liégeois een brug te ver. 'De beslissingen over vervolgingen behoren enkel aan het openbaar ministerie, dus aan de procureur', benadrukt de procureur-generaal op 24 februari vorig jaar.

Toch houdt Liégeois de deur open om verder te onderhandelen over schikkingen. 'Er bestaat uiteraard ruimte om dit onderwerp verder te bespreken', mailt hij aan advocaat Haelterman.

Die blijft voorstellen doen om een deal te sluiten. Maar een akkoord is ver weg. Op 9 mei laat het parket aan het parket-generaal weten dat de voorstellen van de diamantsector onvoldoende zijn omdat er geen bereidheid is bij de sector 'om volledige openheid van zaken' te geven. Op 13 oktober meldt de diamantsector via zijn advocaat dat hij de voorstellen van het parket 'niet redelijk' vindt.

Dolk in de rug

De manier waarop het parket de HSBC-zaak aanpakt, zint het parket-generaal duidelijk niet. Terwijl Van Calster samen met zijn speurdersteam al een jaar graaft in het HSBC-dossier, krijgt hij te horen dat de procureur- generaal op 13 oktober de diamantfraude is gaan bespreken met de minister van Justitie.

Het vertrouwen tussen het parket en het parket-generaal zakt helemaal onder nul wanneer Van Calster hoort dat de rechterhand van procureur-generaal Liégeois op 10 november een vertrouwelijk vergadering had bij de federale politie in Brussel. Ook de Antwerpse recherche was eerst niet uitgenodigd voor het gesprek. Het parket-generaal meldde politiedirecteur Johan Denolf dat het parket-generaal de HSBC-zaak weg wilde halen uit Antwerpen om de speurders van Denolf op de zaak te zetten en het federaal parket de leiding te laten overnemen. Maar Denolf weigert. Hij wil zijn collega-speurders in Antwerpen noch magistraat Van Calster een dolk in de rug steken.

Op 31 oktober ontaardt de wrevel tussen het parket en het parket-generaal. 'Mijn ambt is werkelijk verontrust over de wijze waarop uw parket - in casu Peter Van Calster - de problematiek in de diamantsector meent te moeten aanpakken', schrijft Liégeois aan Dams. Volgens Liégeois heeft Van Calster al een andere grote fraudezaak mismeesterd door pas na zeven jaar onderzoek de zaak voor de raadkamer te brengen en alle 220 verdachte diamantairs te willen aanpakken. 'Dat getuigt niet van een doordachte aanpak noch van enige realiteitszin en is blijkbaar het resultaat van een onverantwoorde hardleersheid van uw substituut.'

Het is die bombrief die procureur Dams de zin ontlokt 'we gaan ons niet laten opzijschuiven'. Wanneer de procureur antwoordt met een 31 pagina's tellend verslag om alle bezwaren van Liégeois een voor een af te wimpelen, steigert de procureur-generaal.

Dringende brief

Op 25 november antwoordt Liégeois met een 'zeer dringende' brief. Hij waarschuwt procureur Dams dat Van Calster een jaar eerder de HSBC-gegevens op een illegale manier heeft verkregen van de belastinginspectie. 'Dat geschiedde blijkbaar volledig buiten het dossier en zonder afgifte van een geschreven opdracht noch enig proces-verbaal (...) Op 29 september was er nog steeds geen geregistreerd dossier. Dat gebeurde pas op 1 oktober nadat u door het parket-generaal werd gewezen op mogelijke procedurele nietig- heden. Mijn ambt wenst derhalve zelf de aanvraag en het verloop van dit onderzoek aan de wettelijke bepalingen te toetsen.'

In een brief van 1 december dreigt Liégeois zelfs met een tuchtonderzoek tegen Dams als hij niet diezelfde dag nog (voor 15 uur) het dossier-HSBC op zijn bureau legt. Het parket volgt het bevel op. Maar in de begeleidende brief worden de bezwaren van Liégeois weer afgewimpeld met juridische tegenargumenten. 'De bewering dat dit is geschied buiten het dossier en zonder een geschreven opdracht slaat op niets', luidt het. 'Mijn ambt acht het niet nuttig aan onszelf kantschriften/brieven te schrijven.'

Liégeois doet de oorlog helemaal ontaarden wanneer hij op 5 januari een huiszoeking laat uitvoeren bij Van Calster, zijn medewerkers en de speurders. Tijdens die huiszoekingen zijn kasten opengeboord en computers afgetapt.

De advocaten van de diamantairs wrijven zich alvast in de handen. Het geruzie tussen de top- magistraten dreigt het HSBC- onderzoek naar de haaien te helpen.

Lars BOVÉ
(Dit artikel verscheen op 12 januari 2012 al in De Tijd)

Andere artikels in De Tijd over 'diamangate':
- Oorlog binnen Antwerps gerecht over diamantfraude (De Tijd, 10 januari 2012)
- Antwerps gerecht in de ban van 'diamantgate' (De Tijd, 10 januari 2012)
- Aanklagers sturen elkaar oorlogsbrieven (De Tijd, 11 januari 2012)
- Topfraude-onderzoeksrechter haalt uit naar procureur-generaal: 'Huiszoekingen doe je bij criminelen' (De Tijd, 13 januari 2012)

Geplaatst op 3 januari 2012 door Lars Bové Reacties | Reageren

Je wil niet weten hoe justitie het doet

De boekhouding van Justitie is een puinhoop. De honderden miljoenen euro's die het gerecht in beslag neemt, worden al jaren erbarmelijk beheerd. De nieuwe topman van de inbeslagnamedienst, Thierry Freyne, getuigt voor het eerst.

Al acht jaar heeft Justitie een Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring. Dat COIV moest Justitie de 21ste eeuw binnenloodsen. De miljoenen euro's die politiediensten en magistraten over heel België in beslag nemen, zouden eindelijk professioneel beheerd worden in één centrale kas. Maar acht jaar later staat het COIV 'onder permanente audit' van de minister van Justitie. De toestand is verontrustend. Thierry Freyne, de nieuwe directeur van het COIV, kan ons niet eens zeggen wat er allemaal op de bankrekening staat. 'Bedragen noemen heeft geen zin zolang ik geen betrouwbare en precieze cijfers heb. Die zullen er pas volgend jaar zijn, of uiterlijk in 2013.'

Freyne was tot voor kort openbaar aanklager bij het parket- generaal van Brussel en voordien onderzoeksrechter in de hoofdstad. Sinds enkele maanden ontfermt hij zich over de bankrekeningen en de kluizen van Vrouwe Justitia. Zijn voorganger, ook een hoge magistraat, is een jaar geleden op staande voet uit zijn functie gezet door toenmalig minister van Justitie, Stefaan De Clerck (CD&V). De verwijten van wanbeheer en misbruik van inbeslaggenomen geld vlogen in het rond.

Freyne kijkt liever niet achterom. Hij werkt nu al enkele maanden in stilte aan een grote schoonmaak bij het COIV. 'Het COIV staat nu onder permanente audit, maar ik beschouw dat als een opportuniteit. Er is veel werk aan de winkel. We hebben al mensen moeten ontslaan. Anderen zijn vrijwillig vertrokken. Er was nogal wat absen- teïsme en een behoorlijk personeelsverloop. We zullen met een 40-tal medewerkers eindigen. Er zijn vier aanwervingen gepland, waaronder een boekhouder en een financieel verantwoordelijke.'

Acht jaar lang heeft het COIV honderden miljoenen euro's beheerd zonder boekhouder en zonder boekhoudkundig computerprogramma. 'Je wil echt niet weten hoe we het wel doen. Maar we doen het naar best vermogen en het moet beter', zucht Freyne. Volgende maand staat een belangrijke vergadering op Freynes agenda. Met de toplui van de lokale en de federale politie. Want die gebruiken nog altijd het faxtoestel om het COIV in te lichten over de geldsommen die ze in beslag nemen. 'Zo belandt er soms geld op onze rekening waarvan we de herkomst niet kunnen achterhalen. Dat is absurd, 19de-eeuws. Al sinds 2003 wordt de politie aangespoord dat elektronisch te doen. En dat moet nu eindelijk eens gebeuren. Gelukkig krijg ik nu positieve signalen van de politie.'

'Wat telt, is dat we de problemen nu aanpakken. De minister van Justitie heeft de problemen ten volle ingezien. Ja, er zijn nog altijd een aantal bedragen waarvan we de herkomst moeten achterhalen. Maar het is al een pak beter dan enkele maanden geleden, dankzij de inzet van ons team.'

Museum

En wat als het gerecht geen geld, maar een waardevol schilderij in beslag neemt? 'Dan is het nog altijd de magistraat zelf die beslist waar dat schilderij veilig opgeborgen wordt. Bijvoorbeeld in een museum. Het COIV weet dus niet waar het zit, alleen dat het in beslag genomen is. Het bewaren van zulke luxegoederen gebeurt dus heel verspreid over het land. In de toekomst zullen we magistraten daarvoor veel meer bijstaan en informeren.'

'Het COIV moet de praktische problemen op het terrein zo veel mogelijke helpen oplossen. We zullen bijvoorbeeld niet meer passief wachten tot een gerechtelijke instantie ons zegt wat er met een inbeslagname moet gebeuren. In de toekomst zullen we na drie of vier jaar spontaan vragen wat er moet gebeuren met het geld dat ons is toevertrouwd. Al moet ik toegeven dat we nu focussen op de interne schoonmaak en pas daarna naar buiten kunnen treden.'

'Maar de tijd dat massa's inbeslaggenomen auto's stonden te verkommeren ergens buiten of in een ondergrondse parking ligt ver achter ons. Vroeger stonden hier auto's die amper 50 euro waard waren en meer kosten aan de overheid om ze te bewaren. Dat is sterk verminderd. Nu worden inbeslaggenomen voertuigen meestal automatisch verkocht door Financiën.'

Fin shop

'Ook goederen van meer dan 2.500 euro kunnen meteen verkocht worden. Dat gebeurt voor Brussel, Vlaams- en Waals-Brabant via de zogeheten 'Fin Shop' van Financiën. Die winkel is een succes. Ik heb bij Financiën dan ook gepleit om soortgelijke shops te openen in Vlaanderen en Wallonië. Want buiten Brussel gebeuren de openbare verkopen in gespreide slagorde door de verschillende ontvangers van Financiën.'

Nog een belangrijk punt op Freynes todolijst: een nieuwe bankier zoeken. Al sinds de oprichting in 2003 gebruikt het COIV bankrekeningen en kluizen van ING. Maar het contract met ING is verstreken. 'Nog deze maand zou een draft van de openbare aanbesteding klaar moeten zijn.'

Het wordt een uitdaging voor Freyne en de nieuwe minister van Justitie, Annemie Turtelboom (Open VLD), om nog een veilige plek te vinden voor de honderden miljoenen euro's op de rekeningen. 'Wat is vandaag nog een veilige belegging? Niemand weet het. ING, onze bankier, heeft een redelijke rating. Maar als we een nul- risico willen, moeten we het geld misschien meer spreiden? Of moeten we het bij de deposito- en consignatiekas van de Belgische staat parkeren? Samen met de minister zullen we een beleggingsstrategie uitstippelen.'

Lars BOVÉ

(Dit artikel verscheen op 13  december 2011 in De Tijd.)

De nieuwe minister van Justitie, Annemie Turtelboom, kreeg op 15 december 2011 in de Kamer verschillende vragen over de chaos bij het COIV.

Geplaatst op 8 september 2011 door Lars Bové Reacties | Reageren

Moorden op Belgen blijven onbestraft

Een Belgische ingenieur die werkte voor een Zwitsers bedrijf in Zuid-Afrika was eind 2001 het slachtoffer van een roofmoord. De hoofdverdachte vluchtte meteen het land uit en woont ongestoord in een West-Europees land. Het Belgische gerecht kan hem niets maken. Het is een van de 15 misdaaddosiers tegen Belgen in het buitenland, waarover federaal procureur Johan Delmulle klaagt dat hij niets kan doen voor de nabestaanden van de slachtoffers.

Ook de andere dossiers zijn schrijnend. In 2003 maakte een 34-jarige Belg een fietstocht in Zuid-Amerika. Hij werd tijdens een overval vermoord. De twee daders zijn bekend, maar de lokale politie had te weinig geld om een huiszoeking en andere onderzoeksdaden uit te voeren. De verdachten zijn spoorloos en het federaal parket heeft niet de wettelijke bevoegdheid het onderzoek vooruit te helpen.

Eind 2004 werd een 39-jarige Belg neergestoken in Midden-Afrika, maar het plaatselijke gerecht had niet de expertise in huis om een DNA-analyse uit te voeren op het bewijsmateriaal. Intussen zijn de bewijsstukken verloren geraakt en zit het onderzoek op een dood spoor.

Om te vermijden dat nog meer nabestaanden van Belgen die in het buitenland vermoord zijn in de kou blijven staan, vraagt de federaal procureur dat de wet wordt aangepast. 'We starten in al die dossiers wel onderzoeken. Maar we mogen zelfs geen onderzoeksrechter vorderen, om bijvoorbeeld een internationaal aanhoudingsmandaat uit te vaardigen, zelfs niet als we de dader weten zitten. We mogen de verdachten ook niet dagvaarden voor een Belgische rechtbank.'

Hinderpaal

De grote hinderpaal is artikel 12 van 'de wet van 17 april houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering'. Alleen als de verdachte van een zwaarwichtig geweldmisdrijf of van een terreurdaad in België wordt gevonden, kan het Belgische gerecht optreden. In de andere gevallen zijn de nabestaanden aangewezen op de politie en het gerecht in het buitenland. Maar minder ontwikkelde landen hebben vaak niet de middelen om een deftig onderzoek te voeren.

De N-VA en Open VLD hebben een wetsvoorstel ingediend om het Belgische gerecht toch bevoegd te maken voor terreurmisdrijven en de allerzwaarste gewelddaden, zoals gijzeling, moord en vergiftiging, tegen Belgen in het buitenland. In oktober vinden daarover in de Kamer hoorzittingen plaats.

De wetswijziging moet het federaal parket ook meer slagkracht geven wanneer Belgische militairen worden aangevallen tijdens buitenlandse missies. Zo werden onze troepen in Afghanistan in 2007 en 2009 geviseerd door zelfmoordterroristen. In beide gevallen raakten Belgen gewond, maar het federaal parket kon geen volwaardig onderzoek voeren.

Lars BOVÉ

Geplaatst op 19 augustus 2011 door Lars Bové Reacties | Reageren

Vlaanderen corrupter dan Wallonië?

De lawine van corruptiedossiers tegen ambtenaren en aannemers in Vlaanderen lijkt niet te stoppen. Nu deze week bekendraakte dat het Antwerpse gerecht twee nieuwe onderzoeken voert naar omkooppraktijken. Het eerste onderzoek is gericht tegen twee ambtenaren van de afdeling gebouwen van de Vlaamse overheid in Antwerpen. Het andere onderzoek viseert een ambtenaar van de Antwerpse scholengroep Antigon van de Vlaamse Gemeenschap. In ruil voor overheidsopdrachten zouden de ambtenaren zich hebben laten omkopen door aannemers.

De link tussen de twee onderzoeken is dat ze uitlopers zijn van het gigantische corruptiedossier bij de Regie der Gebouwen. Ze zijn gebaseerd op bezwarend materiaal dat de politiespeurders van de Centrale Dienst ter Bestrijding van de Corruptie (CDBC) vonden tijdens hun onderzoek naar omkooppraktijken bij de Regie der Gebouwen in Leuven. Uit inbeslaggenomen documenten is gebleken dat een aannemer die in Leuven tegen de lamp liep, ook ambtenaren omkocht bij (Vlaamse) overheidsdiensten in Antwerpen.

De nieuwe dossiers tonen dat het sneeuwbaleffect van het oorspronkelijke onderzoek naar corruptie bij de Regie der Gebouwen in Brussel haast niet te stoppen is. Het onderzoek, dat in januari 2006 van start ging, heeft intussen al geleid tot een twintigtal nieuwe over heel Vlaanderen. Exacte cijfers kan de CDBC, de centrale anticorruptiedienst van de federale politie, niet geven, maar er zouden al een 70-tal ambtenaren tegen de lamp zijn gelopen en een veelvoud van bedrijfsleiders en ondernemingen.

Wat meteen in het oog springt, is dat de verdachte ambtenaren, ook zij die werken voor een federale of Brusselse overheidsdienst, bijna allemaal Vlamingen zijn. Ook de aannemers van wie ze smeergeld kregen, zijn stuk voor stuk gevestigd in Vlaanderen. Die vaststelling prikt de perceptie door dat de ambtenarencorruptie zich vooral in het zuiden van ons land voordoet. Dat beeld is vooral het gevolg van de PS-affaires in Charleroi.

Ook de geldsommen die opduiken in de Vlaamse corruptiedossiers blijken veel groter te zijn. Terwijl het in de Waalse affaires vaak gaat over snoepreisjes en wat kleinere herstellingen in de privé-woningen van de verdachte ambtenaren, is in de 'Vlaamse' dossiers telkens sprake van stevige percentages van de waarde van de overheidscontracten die naar de ambtenaren gaan.

De Vlaamse corruptiedossiers zijn de voorbije vijf jaar maar met mondjesmaat geopend, omdat de speurders van de CDBC niet alle onderzoeken tegelijk kunnen voeren. De lijst van overheidsdiensten die in de dossiers voorkomt, is dan ook indrukwekkend. Behalve verschillende afdelingen van de Regie der Gebouwen gaat het onder andere over het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust (Oostende), het Vlaamse agentschap Wegen & Verkeer, de NV Waterwegen & Zeekanaal en de Directie Beheer en Onderhoud van de Wegen van het Brussels Gewest.

Lars BOVÉ

Onze blogs

Meer