T-zine. Blog over de digitale wereld

BreedBeeld

14/05/2008

Seesmic, een wereldwijde videocafé

Seesmic Zelden nog zo enthousiast geweest over een nieuw sociaal netwerk. Geef nu toe, het lijkt moeilijk om tussen het brede aanbod van open en gesloten sociale netwerken nog met iets fonkelend nieuws te komen. En toch dus.

De Franse ondernemer Loic Le Meur lanceert Seesmic, een video micro blogging toepassing. Anders gezegd: een internetdienst die u toelaat korte boodschappen uit te wisselen en anderen te leren kennen, door de videomogelijkheden van uw computer te gebruiken. De dienst is nog niet geheel open voor het publiek, maar ondergetekende en een collega moesten niet lang wachten om toegang te krijgen.

Hoe werkt het? Voor een video-analfabeet als ik, verrassend simpel. Net zoals bij de tekst micro blogging toepassing Twitter bijvoorbeeld kan u een andere deelnemer "volgen" en daarmee automatisch alle nieuwe posts van die deelnemer ontvangen. U kan ook de publieke ruimte volgen waar uiteraard veel meer posts te zien zijn. De deelnemers hebben profielen en kunnen ook privévideo's sturen naar mekaar.

Want, het gaat hier over video, niet over tekst, en dat maakt toch een heel verschil. Met een knop "post a video" kan u een video posten die u op een ander netwerk heeft staan of op uw eigen harde schijf, of u kan de webcam activeren. Geen paniek: er is de mogelijkheid opnames die u toch niet zo geslaagd vindt, weg te gooien en opnieuw te beginnen. Het posten van uw videobericht gaat heel snel.

Het maakt toch wel een verschil in antwoord op uw bericht plots iemand van Seattle te zien en te horen in plaats van enkel een tekstje terug te krijgen. Er wordt over specifieke thema's gepraat (in zogeheten 'threads') of deelnemers posten een losse video.

Dit vergt wel een wat andere instelling dan op klassieke blogs of forums. Bij tekstomgevingen is het beleefd toch minstens te overlopen wat voor reacties er al binnengelopen zijn, om niet in herhaling te vallen en om rekening te houden met eerdere argumenten. Bij een videothread is dat moeilijk: zelfs al zou iedereen zich beperken tot maximaal een minuut video (niet dus), dan zou een populaire thread met pakweg een vijftigtal reacties al direct teveel tijd vergen.

Seesmic moest Seesmic niet zijn moest hierover geen gemeenschapsdiscussie zijn ontstaan. Conclusie: eigenlijk is Seesmic zoals een café. U komt binnen en een paar vrienden zijn al een tijdje aan het discussiëren over een thema. U vraagt dan ook niet om exhaustief te herhalen wat eerder al is gezegd, maar u gooit zich waarschijnlijk in de discussie. Voor Seesmic is het net zo.

Er doet zich nog een ander fenomeen voor: dat van de (h)erkenning. Na een tijdje weet u wie er ongeveer dezelfde interesses deelt. U begint ook de stijl van de andere deelnemers te kennen, en zij beginnen u te kennen. Ook dit is net zoals in een club of een Kamer van Koophandel bv. die regelmatige bijeenkomsten organiseert. U weet dat het systeem werkt wanneer anderen u contacteren niet omwille van een bepaald thema, maar gewoon uit persoonlijke interesse.

Hier ziet u een voorstelling door Le Meur zelf op DEMO 2008:

Le Meur kon zijn droom van "video-conversaties" blijkbaar niet waarmaken in Frankrijk en vestigde zijn bedrijfje in San Francisco. Hij kreeg er steun van durfkapitalisten. Op 3 april kondigde Seesmic de overname aan van Twhirl, een Twitter client gebaseerd op Adobe AIR.

Roland Legrand

Toevoegen aan Voeg dit bericht toe aan Digg.comDigg Voeg dit bericht toe aan del.icio.usdel.icio.us Voeg dit bericht toe aan Bligg.beBligg

05/03/2008

Hoe mijn blog een elektronische salon blijkt te zijn

Microfoons Wat doet een journalist zoal in zijn vrije tijd? Wel, schrijven voor een hoogsteigen medium misschien. Dat is de stoutmoedige stap die ik een goede maand geleden nam, toen ik mijn eigen blog startte.

Uiteraard vroeg ik eerst toestemming aan mijn directeur publicaties, stel je voor dat ik De Tijd concurrentie zou aandoen! Ik beloofde plechtig dat het voldoende nerdy zou zijn, zodat het ondenkbaar zou zijn dat De Tijd hier ook maar een heel klein beetje nadeel zou van ondervinden.

Het concept was snel gevonden: het zou in het Engels zijn (of toch in een variant van die taal), over een onwaarschijnlijke niche gaan (virtuele werelden zoals Second Life, There.com, World of Warcraft, bekeken vanuit economisch en filosofisch oogpunt) en met een beperkte regelmaat worden bijgehouden - toch een paar keer per week.

Goedkoop

Mijn goede collega Raphael Cockx was zo vriendelijk mij geheel belangeloos en vooral kosteloos wat serverruimte te schenken, én hij deed mij een goedkoop adres aan de hand om mijn hoogsteigen domeinnaam te laten registreren. Ik moet toegeven, het deed mij toch iets toen ik mij eigenaar mocht namen van de domeinnamen www.mixedrealities.com en www.mixedrealities.be, voor een paar tientallen euro per jaar.

Met minimale inspanning nam ik mijn eenvoudige edoch stijlvolle template van Wordpress in gebruik, met een mengeling van toch enige opwinding over dit hoogsteigen medium en een illusieloze sereniteit over het aantal bezoekers dat ik zou lokken. Ok, over www.tijd.be heb ik geen alleenheerschappij, maar er komen wel zo'n 110.000 unieke bezoekers per dag op af.

Dat zou bij MixedRealities iets minder zijn, besefte ik. Google Analytics leert mij dat mijn record tot op heden 72 unieke bezoekers op één dag was. Doorgaans zijn het er een paar tientallen. Op die goede maand tijd kwamen er een kleine vijfhonderd mensen mijn schrijfsels lezen over conferenties op Second Life over economie en recht, over nieuwe media en digitale kunst, over politieke debatten omtrent de Rechten van de Avatar enz.

Wereldwijd

Ben ik nu triest over het toch niet geringe verschil met www.tijd.be? Nee hoor. Dankzij of ondanks mijn Engels blijken mijn bezoekers afkomstig te zijn uit 38 landen wereldwijd. Niet geheel verwonderlijk komen de meeste uit de VS en binnen de VS uit Californië.

Nu ben ik wel zo sluw mijn posts aan te kondigen op de microblogdienst Twitter en via Bloglines een collectie blogs uit de virtuele sector op te volgen, waar ik af en toe commentaar lever. Gevolg: voor ik het goed en wel besefte, maakte ik deel uit van een wereldomspannende groep mensen met dezelfde interesse voor virtuele werelden. Ik ontmoet die mensen via mail, via commentaren op MixedRealities en, hoe kan het ook anders, in Second Life of andere virtuele plaatsen.

Af en toe kom ik zelfs exemplaren in Real Life tegen. Wat ik helemaal te gek vond, was dat beroemdheden in de sector, zoals CEO Robert Gehorsam van Forterra Systems (serious gaming platforms) of de game designer Raph Koster zich verwaardigden te reageren op sommige posts.

Salons

Bizar toch, dat deze lieden zich bezighouden met reacties op een minuscule blog aan de andere kant van de wereld, zo dacht ik aanvankelijk. Nu, met wat meer blogervaring, weet ik beter. Bloggen is deelnemen aan de grote wereldwijde conversatie die het internet is. Het is gewoon een kwestie een onderwerp af te lijnen, en naar gelijkgestemde mensen, waar ook ter wereld, toe te stappen. Blogs zijn de erfgenamen van de discussiesalons van de 18de eeuw. Wat telt is dat iemand probeert een goed verhaal te brengen, een opinie te articuleren. Voor heel even is het daarbij niet relevant hoeveel kliks zo iemand genereert.

Roland Legrand

Toevoegen aan Voeg dit bericht toe aan Digg.comDigg Voeg dit bericht toe aan del.icio.usdel.icio.us Voeg dit bericht toe aan Bligg.beBligg

14/02/2008

Belgische gamesmarkt rukt verder op

Ps3xbox360wiisize_2_2Wereldwijd is de gamesmarkt al langer de meest lucratieve tak binnen de entertainmentsector. In 2007 was de business meer dan 26 miljard euro waard. Dat is meer dan de filmindustrie of de muzieksector. Ook in België is die evolutie merkbaar, zo bleek donderdagochtend op de presentatie van de evolutie van de Belgische entertainmentmarkt in 2007. De omzet uit de spelletjesverkoop lag voor het eerst hoger dan die uit de verkoop van muziek (cd's en downloads).

Voor de cijferfreaks onder u: de omzet uit muziekverkoop bedroeg 182,2 miljoen euro, de verkoop van games liep op tot 197 miljoen euro. De videomarkt blijft voorlopig met voorsprong de grootste met een omzet van 235,3 miljoen euro.

Over de evolutie van de entertainmentmarkt zelf leest u morgen alles in de krant, en er staat ook een nieuwsbericht op de site. Ik blijf hier even specifiek stilstaan bij de games.

De eerste in het oog springende evolutie is dat de gamesmarkt gedomineerd wordt door de spelconsoles, en dat die hun overwicht blijven uitbouwen. Een en ander is vooral te danken aan de populariteit van de handheldconsoles zoals de Nintendo DS en in mindere mate de Playstation Portable (PSP). Daarnaast is er de Wii-console van Nintendo, die gigantische verkopen heeft gerealiseerd, en de lancering van de Playstation 3 in 2007. Hoe de concurrentie tussen de Xbox 360, de Wii en de PS3 in ons land verloopt, werd jammer genoeg niet duidelijk.

De best verkochte consolegames

1. Brain Training
2. More Brain Training
3. Fifa 2008
4. Wii Play
5. Pokemon Diamond
6. Fifa 2007
7. New Super Mario Bros
8. Final Fantasy XII
9. Pokemon Pearl
10. Assassin’s Creed

De verkoop van PC-games bleef stabiel in absolute cijfers, maar verloor in verhouding tot de consolegames terrein. Volgens Henk Hoogendoorn van sectororganisatie BLISA had dat vooral te maken met het feit dat heel wat PC-gamers vooral 'casual' gamers zijn, die zich meer amuseren met allerlei gratis online spelletjes.

De best verkochte pc-games

1. World of Warcraft: The burning crusade
2. World of Warcraft
3. Call of Duty 4: Modern Warfare
4. The Sims 2: Seasons
5. Command & Conquer: Tiberium Wars
6. Lord Of The Rings: Battle for Middle Earth 2
7. Counter Strike Source
8. The Sims 2: H&M Fashion Stuff
9. The Sims 2: Op Reis
10. The Sims 2: Pets

Volgens mij speelt er nog iets anders mee. Daar waar een spelconsole een levensduur heeft van 2 tot 3 jaar, moet je een PC bijna voortdurend upgraden om de nieuwste spelletjes aan te kunnen. Vanaf het moment dat een PC in de winkelrekken ligt, is die eigenlijk al verouderd. Die upgrades worden, in combinatie met de aankoop van het spel zelf, snel een dure zaak. Toegegeven, de nieuwe generatie consoles kosten ook niet niks, maar je bent er wel zeker van dat je alle games die voor het platform verschijnen, zonder problemen zal kunnen spelen.

Kim Evenepoel

Toevoegen aan Voeg dit bericht toe aan Digg.comDigg Voeg dit bericht toe aan del.icio.usdel.icio.us Voeg dit bericht toe aan Bligg.beBligg

06/02/2008

Een hoge prijs voor hoge definitie

Playstation3 Sinds vorige week staat er naast mijn televisie een nieuw speeltje te blinken: Sony's PlayStation 3. Een dure beslissing, die al een paar weken door mijn hoofd spookte. Dat spookbeeld (niet echt zo angstwekkend, op het prijskaartje na) was nadrukkelijker aanwezig toen het duidelijk werd dat de strijd rond de nieuwe dvd-standaard nagenoeg beslist is. Met de beslissing van Warner Brothers om definitief het Blu-Ray-kamp te kiezen, lijkt het erop dat het lot van HD-DVD bezegeld is.

Ik had wel verwacht dat het daarop zou uitdraaien, maar zolang er niets zeker was, aarzelde ik wat om zo diep in mijn buidel te tasten om een PS3 aan boord te halen. Een prijskaartje van 400 euro heeft namelijk de neiging om een verstandig mens wat te doen aarzelen.

Het stopt echter niet bij die 400 euro. Daarvoor krijg je een PS3 met een harde schijf van 40 GB, zonder compatibiliteit met spelletjes van de PlayStation 2, een blu-ray-speler en een enkele controller. Dat is al een mooi high-definition-systeem. Alleen heb je om die hogedefinitiebeelden op je televisie weer te geven ook een HDMI-kabel nodig, en die zit niet in de doos. Gevolg: een extra kost van zo'n 20 euro.

Cod Een minder noodzakelijke aankoop, die ik mij echter niet kon laten, was een spelletje. De filosofie erachter is dat je toch geen next-generation gameplatform in huis haalt, zonder er een next-generation game bij te nemen. De keuze viel op Call of Duty 4: Modern Warfare. Alom geprezen als een van de mooiste first person shooters ooit, met een enorm uitgebreide multiplayer-optie. Opnieuw een grapje van 65 euro.

Met al dat was ik op het einde van mijn winkelbezoek dus zo'n 480 euro lichter. Een aanzienlijk bedrag, en de scepticus in mij stelt zich dan  de vraag of het dat wel waard is. Het antwoord is, kort en goed: ja. Wil dat nu zeggen dat iedereen zich zo snel mogelijk naar de winkel moet begeven om een PlayStation3 te kopen? Het antwoord is opnieuw kort: natuurlijk niet. Ik zou het best leuk vinden om wat meer landgenoten aan flenters te schieten als ik wat CoD online speel, maar ieder moet voor zichzelf uitmaken of hij echt een high-definition-systeem nodig heeft.

Intussen amuseer ik mij kostelijk. En laat er geen twijfel over bestaan: een film kijken in high definition is best wel een ervaring.

Kim Evenepoel

Toevoegen aan Voeg dit bericht toe aan Digg.comDigg Voeg dit bericht toe aan del.icio.usdel.icio.us Voeg dit bericht toe aan Bligg.beBligg

30/01/2008

Service? Geef mij maar het web

HelpVoortaan vindt u hier elke woensdag een nieuwe uitgave van Breedbeeld, een soms tegendraadse maar altijd persoonlijke kijk op technologie en de rol ervan in ons dagelijks leven.

Zelfs een technofiel als ik heeft zijn conservatief kantje. Hoewel mijn bank me elke maand een aardig overzicht van mijn internetaankopen voorschotelt, zitten daar zelden of nooit fysieke producten bij. Een stukje software bestellen via het net, een vliegtuigticket boeken of een nieuwe domeinnaam aan de haak slaan doe ik zonder verpinken. Maar ben ik aan een nieuwe gsm toe trek ik lekker conservatief naar de winkelstraat of het shoppingcenter.

Ik vind dat zelf geen contradictie, want tenslotte wil je een toestel toch eerst even 'in het echt' kunnen bekijken, het in de hand nemen en kijken of de bediening wel zo vlot verloopt als je gedacht had. Het ultieme argument is natuurlijk de garantie. Wat als er een probleem opduikt? Ga ik dan echt mijn gsm van 50 euro per koerier versturen naar een (buitenlandse) hersteldienst om hem pas weken later terug te zien? Nee, geef mij maar de directe aanpak van 's lands neringdoeners.

Het is een mooie theorie tot je hem concreet gaat uittesten. Begin december schafte ik me een internetradio aan. Het ding stond te pronken in de folder van een van de grotere elektronicaketens en stak mijn ogen uit. Na 48 uur gaf de radio echter geen teken van leven meer en dus belandde hij opnieuw in de winkel. Herstellen bleek geen optie: ik kon mijn geld terugkrijgen of er kon – na enig aandringen van mijn kant – een nieuw exemplaar besteld worden. Dat zou 'een paar weken duren', maar voor alle zekerheid werd er op de bestelbon de redelijk onheilspellende leverperiode "onbekend" genoteerd.

We vergeten even het feit dat ik twee keer gebeld werd met de even nutteloze als onduidelijke mededeling dat het toestel 'bijna' binnen was en spoelen door naar vorig weekend toen ik na zeven weken wachten besloot even ter plaatse te gaan horen hoe het nu eigenlijk zat. Helaas, de computer gaf nog steeds aan dat het toestel in bestelling was. "Nog even wachten dus meneer," zei de vriendelijke medewerker. De man besloot puur uit nieuwsgierigheid toch even de bestelbon te bekijken. Op het exemplaar van de winkel stond met grote letters "Binnen. Gebeld maar geen antwoord" te lezen. En inderdaad, de nieuwe internetradio stond al een paar weken incognito in het magazijn. Ik bleek, zo was de cynische conclusie, weer maar eens veel te geduldig.

Maar ach, ik had mijn teergeliefd speeltje terug en moest enkel nog langs de infobalie passeren. Daar kon ik dan betalen met de cadeaubon die men me bij de hersteldienst bezorgd had. De dame aan die balie – hippe bril, doodverveelde blik – vroeg me tot twee keer toe of ik wel degelijk bij haar moest zijn om daarna zonder verpinken te vragen om nog even 30 euro bij te betalen. Het toestel was ondertussen immers opgeslagen, zo klonk het voor haar perfect logisch. Dat ik plots moest bijbetalen omdat men mij een slecht exemplaar had bezorgd en door gebrekkige communicatie weken had laten wachten op een vervanging, leek ze absoluut niet absurd te vinden. Ik kon "nog eens aan de afdeling gaan vragen om de prijs terug te verlagen", maar dat was "niet de gewoonte van de winkel". Het afdelingshoofd in kwestie dacht daar gelukkig anders over en liet de 30 euro prijsverhoging alsnog vallen.

Ik ben wellicht naïef als ik van een grote internationale keten veel persoonlijke service verwacht, maar wat de winkel in kwestie presteerde was meer dan absurd. De hele episode deed me in elk geval twijfelen aan de 'gezond verstand regel' dat bedrijven met een fysieke aanwezigheid dichter bij de klant staan dan hun virtuele collega's.

Ik moest dit weekend immers ook nog terugdenken aan mijn ervaringen met Amazon.com toen ik in de VS verbleef. Het pakje dat ik een goede maand voor mijn vakantie besteld had, liet op zich wachten en dreigde tijdens mijn afwezigheid bij de buren achtergelaten te worden. Ik besloot even bij Amazon te checken wanneer het juist zou aankomen. Niet dat je een telefoontje naar ’s werelds grootste en meest 'smoelloze' webwinkel veel verwacht. Maar toch: de man aan de andere kant van de lijn wist me in no time te vertellen dat de bestelling inderdaad tijdens mijn vakantieweek zou aankomen en had bijna net zo snel genoteerd dat men de verzending ervan dan beter met enkele dagen kon uitstellen. Amazon hield woord en het pakje kwam pas na mijn terugkomst aan. Een betere service kan je je bijna niet voorstellen.

Niet dat alle internetbedrijven het niveau van Amazon zullen halen, maar het lijkt me zeker niet overdreven om te stellen dat het serviceniveau van het web de komende jaren alleen nog maar zal toenemen. Van de grote winkelketens kan je blijkbaar net het tegenovergestelde vermoeden.

Raphael Cockx

Toevoegen aan Voeg dit bericht toe aan Digg.comDigg Voeg dit bericht toe aan del.icio.usdel.icio.us Voeg dit bericht toe aan Bligg.beBligg

22/01/2008

Is de MacBook Air de nieuwe standaard?

Vanaf nu vindt u hier elke woensdag een nieuwe uitgave van Breedbeeld, een soms tegendraadse maar altijd persoonlijke kijk op technologie en de rol ervan in ons dagelijks leven.

MacbookairHoewel het geen klepper was van het formaat van de iPhone, had Apple-baas Steve Jobs toch weer wat moois klaargestoomd voor het MacWorld-evenement dit jaar: de MacBook Air. Volgens Apple gaat het om de platste notebook ooit. Niet dat het mijn bedoeling is om zomaar wat te 'Apple-bashen', maar wat dan nog? Kijkt u even naar het reclamefilmpje:

Toegegeven: Het ding ziet er verschrikkelijk knap uit. Maar ik zie me de notebook nog niet direct ronddragen in een enveloppe. Design wordt steeds belangrijker, maar mag naar mijn bescheiden mening nog altijd niet meer zijn dan de verpakking van een goed product. Dus in plaats van in bewondering te kijken naar het ultraplatte, zou men beter kijken naar wat er onder de motorkap zit.

Vooraleer we dat echter doen, even toch een kleine kanttekening bij de titel 'platste notebook ooit'. Mike Elgan van Computerworld wijst op een andere ultraplatte notebook van Toshiba, de Portégé R500, die op het dikste punt eigenlijk platter is dan de MacBook Air. Volgens Elgan is dat eigenlijk de maatstaf om een notebook 'de platste' te noemen, al erkent hij wel dat de MacBook gemiddeld gesproken platter is.

Maar zoals gezegd, het gaat 'm vooral over wat het ding kan, en niet zozeer hoe het er uitziet. Wat dat betreft struikelde ik over deze interessante tabel, waar de MacBook nogal slecht uitkomt. De MacBook heeft het grootste scherm, en is volgens deze tabel effectief de platste, maar daar houdt het dan ook op. Op het vlak van opslagcapaciteit en rekensnelheid schiet de MacBook duidelijk te kort ten opzichte van een aantal concurrenten. Een snelle blik op de tabel lijkt te suggereren dat de Dell XPS de beste kwaliteit voor de beste prijs biedt. Toegegeven, je moet er in dit geval Windows Vista bijnemen, wat voor velen een groot nadeel zal zijn. Op het vlak van prestaties lijkt Dell echter over het algemeen gesproken het beste toestel af te leveren.

Laat het duidelijk zijn: iemand die verslingerd is aan Apple-systemen, zal zonder aarzelen voor de MacBook Air kiezen. Echt ongelijk zal die persoon ook niet hebben, want ondanks alle bovenvermelde kanttekeningen, blijft het een mooie en meer dan degelijke notebook. Iemand die objectief op zoek is naar de best mogelijke computer voor de beste prijs, gaat echter beter in een andere winkel shoppen.

Kim Evenepoel

Toevoegen aan Voeg dit bericht toe aan Digg.comDigg Voeg dit bericht toe aan del.icio.usdel.icio.us Voeg dit bericht toe aan Bligg.beBligg

28/12/2007

Breedbeeld: Op zoek naar de perfecte laptop

Eeepc Laptops hebben niet het eeuwige leven, laptopbatterijen al helemaal niet. Mijn trouwe Dell doet twee jaar na de aankoop nog steeds trouw dienst maar raakt wel steeds sneller op de knieën. Sinds een maand of twee is de batterij van het toestel officieel 'dood'. Opladen gaat verbazend snel maar levert anderzijds niet meer dan 20 minuten autonomie op, veel te weinig om comfortabel te kunnen werken en dus gebruik ik het toestel enkel nog in de buurt van een stopcontact.

En dus moesten er knopen doorgehakt worden: zou ik een nieuwe batterij bestellen (aan 150 euro niet echt onbetaalbaar) of was dit het moment om het hele toestel met pensioen te sturen? Tenslotte is de technologie op die twee jaar – uiteraard – fel verbeterd. De verleiding is op zo'n momenten erg groot, maar m'n gezond verstand heeft het ook nu weer gehaald. Ik hanteer immers voor mezelf de regel dat een toestel van enige waarde toch minstens drie jaar moet kunnen meegaan, een leidraad die ook in heel wat bedrijven geldt. En dus wordt de batterij vervangen en kan de laptop nog minstens twee jaar mee.

Waarmee ik niet gezegd heb dat ik de komende twee jaar immuun ben voor de lokroep van deze of gene laptopfabrikant. In feite ben ik zelfs al een tijdje op zoek naar een nieuwe laptop die m(n bestaande Dell dan niet kan vervangen maar wel aanvullen. Complementariteit heet zoiets met een chique term. Zoals ik het nu zie zijn er twee mogelijkheden, kortweg samen te vatten als "klein en handig" of "alternatief en sexy".

Laten we bij optie 2 beginnen. Ik heb de laatste weken een flinke boon voor de MacBook Pro van Apple, een toestel dat net even groot is als m'n Dell maar een stuk hipper en sexier. Dat zijn op zich slechte redenen om een laptop aan te schaffen, maar wel – zo hoop ik toch – een zeer menselijke reflex. Macs nodigen nu eenmaal uit tot spelen en geven alleen al daardoor de indruk dat ik met z'n laptop vanzelf en op volledig magische wijze een stuk cratiever zou worden. En los daarvan is een Mac toch nog steeds een stuk veiliger en gebruiksvriendelijker dan een Windows XP machine. Optie 2 is met andere woorden hetzelfde maar in een heel wat aantrekkelijkere verpakking. Optie 2 is met een prijskaartje van 2500 euro ook lichtjes onbetaalbaar. Jammer maar helaas, nog even sparen is de boodschap.

Dan maar "klein en handig". Toen ik m'n laptop een tijdje terug meenam naar Londen bleek dat wie tijdens de race naar de Britse hoofdstad chique wil tokkelen dat alleen maar in eerste klas kan. Het nochtans redelijk bescheiden scherm van 15,4 inch maakt het toestel immers te groot om tussen de stoelen van de Eurostar te passen. En eens ter plaatse op de hotelkamer diende de drie kilo aan spitstechnologie eigenlijk alleen maar voor het lezen en beantwoorden van een paar mails en het opzoeken van de programmering van de bioscopen op Leicester Square. Overkill met andere woorden.

Nu is de markt van kleine 'subnotebooks' (mini scherm, mini gewicht) redelijk uitgebreid, maar ook hier vallen de kandidaten bij bosjes – de prijzen zijn immer allesbehalve mini en gaan vlotjes richting 3000 euro. Tot onlangs de Taiwanese fabrikant Asus met een product op de markt kwam dat alle spelregels van de sector overhoop gooit. De Asus Eee PC heeft een scherm van 7 inch, weegt amper één kilo en gaat in de VS voor 300 dollar over de toonbanken. Het toestel heeft geen dvd- of cd-rom drive en zelfs geen harde schijf. In plaats daarvan worden de gegevens (inclusief het besturingssysteem) opgeslagen op een vaste geheugenchip – afhankelijk van de uitvoering goed voor 2, 4 of 8 gigabyte.

De Eee PC maakt dan ook geen gebruik van Windows, maar draait volledig op Linux. Mij niet gelaten, want ik ben sowieso gewoon om Firefox en Thunderbird in te zetten, die er ook onder Linux exact hetzelfde uitzien.

Nu is de Eee PC in de eerste plaats bedoeld voor scholen en pc-nieuwelingen die een makkelijk toestel zoeken, maar de mini-laptop is ondertussen ook door ervaren gebruikers in de armen gesloten. Het is immers een complete pc in zakformaat en door het Linux besturingssysteem bovendien makkelijk aan te passen. Op internet bestaan er ondertussen dan ook verschillende 'communities' die proberen het onderste uit de kan te halen wat betreft de Eee PC. Ook dat knutselaspect kan me wel bekoren. Nu alleen nog een Belgische verdeler vinden.

Raphael Cockx

Toevoegen aan Voeg dit bericht toe aan Digg.comDigg Voeg dit bericht toe aan del.icio.usdel.icio.us Voeg dit bericht toe aan Bligg.beBligg

20/12/2007

Kerstgekte in gameland

Guitarhero_2 De kerstperiode is een nachtmerrie voor elke weldenkende persoon die voor een hem dierbaar persoon het ideale geschenk wil kopen. Resultaat: het nadenken over dat perfecte cadeau duurt zo lang, dat het luttele dagen voor het feestelijke moment een werkelijke stormloop wordt naar de winkel(s), om alsnog iets te vinden.

Dat is nooit een goed idee, omdat op de een of andere manier iedereen hetzelfde in gedachten lijkt te hebben. Het gevolg is dat doorgaans dat ideale cadeau overal uitverkocht is. Dat is onder meer het geval voor de populaire Nintendo-spelconsole, de Wii. Die blijkt vooral in de VS nergens meer te vinden. Dat zorgde voor onrust. Er werd gevreesd dat winkelketens die wel nog een paar Wii's in voorraad hadden, misbruik zouden maken van het tekort op de markt. Ze zouden dat bijvoorbeeld kunnen doen door de Wii enkel in pakketten te verkopen, waarbij je bijvoorbeeld de Wii met een aantal games zou moeten kopen.

Daar is nu een oplossing voor gevonden. Geschenkenjagers die zoonlief toch met alle geweld een Wii willen geven, kunnen nu een voucher kopen die hen recht geeft op de Wii. Ze moeten daarvoor de volle pot (250 dollar) betalen. Al wat ze daarvoor krijgen is een dvd-doosje met het Nintendo-logo erop. Daarin zitten alle paperrassen die bewijzen dat de gelukkige recht heeft op een Wii, die hij ten laatste op 25 januari kan ophalen. Dat is een volle maand na Kerstmis. Kan je de ontgoocheling al zien op de gezichten van de kinderen/mannen/vrouwen die een maand lang met een dvd-doosje vol papier moeten spelen?

Het kan echter nog gekker. Een van de populairste games van het moment voor de Wii is Guitar Hero III. De aanlokkelijkheid van met een gitaarvormige controller voor je scherm te staan, denkend dat je Kirk Lee Hammett of Slash bent, is mij altijd een beetje ontgaan, maar blijkbaar ben ik een van de weinigen die dat denkt. Het spel is in ieder geval zo goed als overal uitverkocht. De veiling van een Guitar Hero III-pakket, inclusief de gitaarcontroller, bracht op een veiling op eBay niet minder dan 9.100,01 dollar op. Niet slecht als je weet dat je in de winkel 90 euro moet neertellen. De reden waarom het geveild was, is ronduit hilarisch, al weet ik niet hoe ernstig dit is.

Ik zou hier nu een mooie conclusie kunnen zetten. Het probleem is dat ik die niet heb. Ik kan alleen geamuseerd tot licht verbijsterd kijken naar de taferelen die gepaard gaan met de o zo gezellige kerstsfeer.

Kim Evenepoel

Toevoegen aan Voeg dit bericht toe aan Digg.comDigg Voeg dit bericht toe aan del.icio.usdel.icio.us Voeg dit bericht toe aan Bligg.beBligg

13/12/2007

Een statig herenhuis in cyberspace

Well Ook in cyberspace zijn er statige herenhuizen. Nee, ik bedoel niet die elektronische sociale netwerken voor nouveaux riches, die Facebook-achtige sites die exclusief voor heel rijke mensen zijn en alle anderen buitensluiten. Ik heb het over 'oude' virtuele gemeenschappen, die de hele transitie hebben meegemaakt van de Bulletin Board Systems (BBS) van de jaren 80 en begin jaren 90 zo over chatapplicaties tot de grote netwerken en virtuele werelden van nu.

Ik kocht onlangs het boek From Counterculture to Cyberculture  van Fred Turner, over de culturele, spirituele en technologische pioniers van het hedendaagse internet. Het is een fascinerend verhaal over hoe de studentencontestatie en de hippie-beweging van de jaren 60 cultureel toch ook verwant was met het militair-industriële complex dat nochtans werd bestreden en hoe deze culturele kenmerken tot op vandaag doorwerken in de internetcultuur.

Welnu, in dat boek is er uitvoerig sprake van The Well, een van de oudste virtuele gemeenschappen die continu actief zijn gebleven (sinds 1985). Tal van mensen die later beroemd werden in Silicon Valley ontmoetten er mekaar, maar ook academici en publicisten zoals Howard Rheingold, de man die naar verluidt de term 'virtuele gemeenschap' bedacht.

Nieuwsgierig spoedde ik mij dan ook naar de homepage van The Well. Meteen werd mij duidelijk dat een zekere exclusiviteit deze gemeenschap niet vreemd is. "Lidmaatschap is niet voor iedereen", zo las ik. Niet dat iemand wordt geweigerd omdat hij geen miljonair is, maar lidmaatschap is toch wel betalend (niet veel, maar toch). Nog belangrijker: deelname aan de talrijke discussiefora, hét sterke punt van The Well, is niet anoniem. De leden worden geacht mekaars echte identiteit te kunnen bekijken.

Deze twee aspecten, het betalende karakter en het feit dat deelname niet anoniem is, zorgen er wellicht voor dat het ledenaantal slechts zo'n 4.000 beloopt.

Ik liet me niet afschrikken en werd lid. Ik had echt de indruk 15 jaar terug te gaan in de internettijd. Geen flitsende grafische hoogstandjes, geen audio, geen video. Wel efficiënt georganiseerde discussiefora, gaande van koken over spiritualiteit tot games, media en politiek. Maar vooral: dikwijls diepgaande discussies in een bijna intieme sfeer. Eigenlijk meer gesprekken dan discussies, die op zoveel internetfora al snel verworden tot het verkondigen van het eigen grote gelijk en tot pogingen tegenstanders verbaal plat te walsen.

Ik was nog maar nauwelijks actief of ik werd al door verschillende andere deelnemers welkom geheten. Iemand die blijkbaar een paar van mijn interesses deelt, stuurde me al meteen een vriendelijke mail. Nog iemand anders zei blij te zijn dat er nog eens een Europese journalist bij het gezelschap kwam - het moet gezegd dat The Well nog altijd een heel Amerikaanse, zeg maar Californische, groep is.

Het lijkt allemaal niet spectaculair, maar in deze tijden van elektronische sociale netwerken waar deelnemers honderden en honderden 'vrienden' hebben op hun 'vriendenlijsten', is een dergelijke intimiteit bijna een luxe. De discussies of gesprekken lijken er plaats te hebben in salons, ook al is de grafische interface gewoon tekst. Het is dan ook geen toeval dat The Well nu in handen is van het eveneens Californische salon.com.

Ik ben nog altijd heel geïnteresseerd in grote sociale netwerken zoals Facebook en gesofisticeerde 3D- virtuele omgevingen als virtuele ontmoetingsruimtes. Het zijn plaatsen waar ik heel veel mensen met heel verschillende achtergronden kan ontmoeten. Maar na een paar weken lidmaatschap moet ik toegeven dat ik ook heel blij ben wanneer ik mij even kan terugtrekken in debijna intimiteit van het oude Californische cyberherenhuis dat The Well is.

Roland Legrand

Toevoegen aan Voeg dit bericht toe aan Digg.comDigg Voeg dit bericht toe aan del.icio.usdel.icio.us Voeg dit bericht toe aan Bligg.beBligg

Zoek

RSS & Twitter

T-zine per e-mail

T-zine elke vrijdag gratis in uw mailbox? Schrijf u in

page counter
© 2008 Mediafin - Tijd.be - Lecho.be - m24 - Disclaimer - Privacy - Contact