Julie en ik dalen langzaam de trappen af. Het brandalarm in ons faculteitsgebouw loeit. We hebben geen haast. Het alarm wordt regelmatig getest. We gaan er van uit dat er ook vandaag niet echt iets aan de hand is.
We kopen een koffie en keuvelen wat op het grasveld tegenover de bibliotheek. Sydney is niet zichzelf. De lucht oogt onheilspellend grijs. Julie zegt dat de kleur haar doet denken aan de liedjes van Jacques Brel. Julie is van Melbourne maar doceert Europese geschiedenis en schrijft vooral over Frankrijk. Toch ben ik verwonderd dat ze Brel zo goed kent. Ik krijg te horen dat ze een wel erg speciale band heeft met België.
Julie behoort tot de grote joodse gemeenschap van Australië die vooral na de Tweede Wereldoorlog sterk aangroeide met vluchtelingen. Eén van die nieuwkomers toen was de grootmoeder van Julie. Als kind overleefde zij de oorlog in België doordat zowel Vlamingen als Walen haar hielpen onderduiken. Er zijn nog altijd banden met een Franstalige familie in België en de grootmoeder heeft een aantal woorden van een Vlaamse familie doorgegeven aan Julie.
‘Alles vergeten’ bijvoorbeeld, herhaalt Julie voorzichtig met een sterke Engelse tongval. Ik probeer me in te beelden wat die woorden destijds hebben betekend. Dat het joodse kind er voor haar eigen veiligheid en die van anderen best aan deed alles te vergeten? Waar ze vandaan kwam, wie haar ouders waren, wie ze zelf was?
Er waait een frisse wind. Het alarm loeit niet meer. We zakken terug af naar onze faculteit. Voor Julie is dit geen verhaal van vergeten maar van overleven. ‘Ik hou ervan’, zegt Julie, ‘om ‘s morgens, op weg naar het werk, in de auto naar Brel te luisteren. Le Plat Pays bijvoorbeeld. Of Il Neige sur Liège.’
De warmte van het faculteitsgebouw doet goed. Soms kan je je als Belg, ondanks alles, plots erg trots voelen.
Dr Peter Schrijvers
School of History
The University of New South Wales
Sydney
Australia
:
Reacties